Posts tonen met het label USA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label USA. Alle posts tonen

donderdag 30 april 2015

Krachtwerkontour, part 3: Kendall Atterbury, Deborah Padgett & Recovery connections (10)

Door: Karla, oorspronkelijk verschenen op karlanijnens.wordpress.com

In de ochtend hebben we een afspraak met Kendall Atterbury. Zij werkt voor Community Access en heeft heel veel afspraken voor ons geregeld deze week. We drinken eerst samen koffie in een fastfoodding maar vanwege de herrie, de nare lucht en zin in iets echts te eten, vertrekken we naar een Chinees restaurant. Hier praten we onder het genot van een lunch verder.

Kendall is een bijzonder mens. Ze verteld over haar werk bij Community Access. En ze vraagt naar onze ervaringen bij Fountain House. Hier heeft zij ook gewerkt en ze herkent onze bevindingen: Fountain House was heel lang een voorloper op het gebied van herstel. Helaas is dit niet meer verder ontwikkeld en heeft de staf een steeds bepalendere rol gekregen.
Ze vertelt ook over haar studie waarin ze met zoveel vooroordelen te maken kreeg. Zij ging als eerste vertellen over haar eigen ervaringen in de psychiatrie en stelde deze ervaringen ook centraal in college’s en artikelen.
Kendall is zeer geïnteresseerd in de manier waarop bij de HvA ervaringsdeskundigen worden ingezet binnen het onderwijs. We gaan haar zeker terug zien in Amsterdam!
Na de lunch moesten we meteen door voor de laatste afspraak als groep. En zeker niet de minste.
Tijdens deze week is een deel van de groep bezig geweest met het opzetten van een studie-onderdeel in New York. Dit zal 7 jaar gaan lopen en er zijn goede afspraken gemaakt. Alles is rond voor de eerste groep studenten, dit najaar.
Een ander onderwerp was het leggen van duurzame contacten tussen een aantal universiteiten en de HvA. Bij al deze afspraken ben ik niet aanwezig geweest. Maar ik wilde het toch wel een keer meemaken en onze laatste afspraak was daar een mooie kans voor.
We spraken Deborah Padgett van NYU Silver school of Social Work. Een gesprek deels met haast. Max moest zijn vliegtuig halen en iedereen wilde zaken doen. Maar er kwamen ook weer heel veel onderwerpen aan bod: alweer die vragen naar Fountain House (wat is dat toch???, dat iedereen daar zo op reageert). We spraken ook kort nog even over Baltic Street en organisaties onder Community Access. En Housing First kwam uitgebreid ter sprake. Het failliet in New York, met alle nare gevolgen van dien. Hoe goed het op steeds meer plekken in de wereld loopt.
Deborah komt graag naar Amsterdam en ziet een samenwerking met Kendall zeer zitten. Er worden afspraken gemaakt en dan is het opeens voorbij: Max haast zich naar het vliegveld, Sjoukje naar een volgende afspraak, Paulina en Henrike naar wat laatste souvenirs.
Eind van de middag ga ik nog eten met Paulina en Henrike, voor zij naar het vliegtuig gaan.
In de avond ga ik naar een activiteit van Recovery Connections (zie dinsdag):
Open MIC Night

En wat een avond! Mensen musiceren, alleen of met een groepje. Van zeer beginnend tot professioneel, alles door elkaar. Zo bijzonder.
Ik kwam alleen binnen, best spannend, en had al snel aanspraak. Iemand “all the way from Amsterdam” was bijzonder, een blanke vrouw was ook al bijzonder…..  Vooral lang gekletst met Anthony (die regelmatig meegaat met RC) en Deley (?? schrijf ik vast niet goed). Deley was al ruim een jaar niet meer mee geweest. Onder andere omdat ze een paar maanden vastgezeten heeft wegens slapen in de metro.

vrijdag 10 april 2015

Krachtwerkontour, part 3: Serving as pressure releaf valve & East Village Access (9)

Door Karla, oorspronkelijk verschenen op karlanijnens.wordpress.com
In de ochtend was ik op bezoek bij het Crisis Respite Center. Ook weer een onderdeel van Community Access. Gefinancierd vanuit ParachuteNYC, een grote subsidie door de staat waarin drie projecten zijn ondergebracht: mobiel crisisteam, peer-run Respite House en peer-run support line (telefonische ondersteuning).Respite_Center
De subsidie loopt nog tot juni, daarna worden de drie initiatieven betaald door de zorgverzekeringen. De gevolgen hiervan zijn nog niet helemaal duidelijk maar het zal er zeker niet op vooruit gaan.
De Respite bestaat nu ongeveer 2 1/2 jaar. Er kunnen nu 7 gasten verblijven, na de verbouwing die binnenkort plaatsvindt zijn er 8 plaatsen.
Mensen kunnen hier maximaal 10 dagen achter elkaar verblijven met een maximum van 21 dagen per jaar. Dit was tot voor kort 14 dagen per keer maar omdat de zorgverzekeraars nog maar 7 dagen per keer gaan vergoeden is er nu al een overgangsfase ingezet.
Iemand die gebruik wil maken van de Respite heeft een verwijzing nodig van een erkende hulpverleningsinstantie. Een enkele keer heeft iemand geen enkel contact met hulpverlening, dan wordt het mobiel crisisteam ingeschakeld om de nodige formulieren in te vullen.
Als iemand eenmaal aangemeld is kan h/zij zelf bellen als een tijdelijk verblijf nodig is.
Er zijn twee tweepersoonskamers en drie eenpersoonskamers. Binnenkort worden de tweepersoonskamers verbouwd en zullen er alleen nog eenpersoonskamers zijn. Er is een grote keuken met ruime eetkamer. En er is een mooie grote huiskamer met computerhoek.
CRC_community_room_small
Er werken 12 fulltime en 4 parttime medewerkers, allemaal peers. Daarnaast is er nog een kleine pool voor vakantie- en ziektevervanging. Iedereen werkt in diensten van 12 uur. Verder zijn er drie administrators: de directeur, adjunct-directeur en een high-level socialworker (?).
De gasten krijgen een sleutel van de eigen kamer en de voordeur. Ieder is vrij om te komen en gaan en om gebruik te maken van alles wat de Respite biedt.
Naast de rust en de veilige plek bieden de medewerkers van de Respite dagelijks workshops. Er is yoga, muziek, wandelen, hardlopen, gesprekken over gezond leven, medicijnen afbouwen etc. Alle medewerkers zijn getraind in motivational interviewing. En paar straten verder is een gebouw van AA/NA waar ieder uur een meeting begint.
Iedere zaterdag is er alumni-group. Iedereen die te gast is geweest is welkom om terug te komen en deel te nemen. Om mensen een plek te bieden waar ze heen kunnen, onderlinge contacten te stimuleren, handvatten te bieden om het eigen leven vorm te geven.
Ook iedere zaterdag is er een WRAP-groep. Dagelijks is het mogelijk om met een van de medewerkers aan een eigen WRAP te werken en op zaterdag kan dit met een groep.
Verzekeringen bevelen het maken van een WRAP inmiddels zeer dringend aan. Hun macht is inmiddels zo groot dat er niet meer onderuit te komen is.
We praten door over psychiatrie en ziekenhuizen in de VS en in het bijzonder in New York. En over de gevolgen van de grote macht van de zorgverzekeraars. Hoe schadelijk dit kan zijn voor mensen!
Er zijn nog niet heel veel cijfers bekend over de “opbrengsten” van de peer-run Respite. Wel zeer duidelijke aanwijzingen dat het kostenbesparend is en herstelondersteunend. Keith stuurt ons cijfers zodra die beschikbaar komen.
Aanbevelingen van Keith en Tim bij het opzetten van een respijthuis in Amsterdam:
  • maak al ruim voor het huis open gaat reclame zodat mensen weten dat het er aan komt en dat ze op termijn terecht kunnen,
  • stel basis huisregels op voor de eerste gasten komen,
  • laat de traditionele hulpverlening los, kijk wat nodig is,
  • heb vertrouwen in de gasten,
  • organiseer groepen, vrijwillig
  • geef gasten allerlei mogelijkheden om feedback te geven op verblijf en bejegening
IMG_5294                           IMG_5293
Vanuit hetzelfde gebouw en gerund door de staf is ook de telefonische hulplijn actief: de Peer-operated Support Line. Iedere dag van 16.00 tot 24.00 uur zijn twee mensen van de staf telefonisch bereikbaar voor mensen die een luisterend oor zoeken. Alle mensen van de staf doen in hun 12uurs shift een telefoondienst van 2-3 uur.
Er wordt veel gebeld, onder andere door een groeiende groep vaste bellers. De meeste vaste bellers bellen bijna dagelijks. Veelal mensen die zeer geïsoleerd leven. Ze hebben niet of nauwelijks een eigen netwerk, vaak grote problemen gecombineerd met een zeer slechte medische situatie.
Van ieder telefoongesprek wordt een verslagje gemaakt. Deels voor overdracht, juist bij de vele vaste bellers. Maar ook omdat de staat info eist:
  • hoeveel minuten duurt het gesprek
  • nieuwe beller?
  • hoe heeft deze persoon van de hulplijn gehoord
  • wat had deze persoon gedaan als deze mogelijkheid er niet was
  • er wordt een categorie aan de inhoud van het gesprek gegeven
  • kort verslagje van het gesprek

De Middag

Ik zou Paulina ontmoeten bij East Village Access (EVA). Terwijl ik op haar zat te wachten raakte ik in gesprek met een paar mensen. Ik schoof aan bij Claire en Robbert (please write my name with two bees).
Claire is een oudere dame, ik mocht best weten dat ze 73 is. Ze komt nu bijna een jaar in dit centrum. Eerst af en toe, toen steeds meer en nu vier dagen per week. Ze vertelt over alle leuke en zinvolle cursussen en groepen die ze volgt. Bijna dagelijks doet ze yoga, daar wordt ze rustig van en het helpt haar om helder te kunnen denken. De vrouwen empowerment groep volgt ze al sinds de eerste dag dat ze hier komt. En nu merkt ze sinds kort dat ze wat ze leert ook in de praktijk kan brengen. Ze durft steeds meer en wordt niet meer zomaar boos: ze snapt het nu en kan er soms een positieve draai aan geven. En ze heeft nu zelfs vrienden, via EVA maar ook iemand uit haar eigen buurt.
IMG_5291Robbert vindt het moeilijk om te praten maar hij wil heel graag laten weten wat hij allemaal doet. Op het weekprogramma wijst hij verschillende groepen aan. Hij moet vreselijk lachen om mijn uitspraak: “it makes me happy that a woman all the way from The Netherlands tries IMG_5297to speek my language”.
Samen met Robbert en twee anderen kijk ik het weekschema door. Iedere dag gaat om 9 uur de deur open en is er de mogelijkheid te ontbijten. Aansluitend maakt ieder een plan voor de dag.IMG_5292

Iedere groep duurt 3 kwartier en er zijn meestal 3 groepen tegelijk, dus er dient gekozen te worden. En na iedere groep is er 3 kwartier pauze. Gezamenlijk lunchen is ook mogelijk.
Ik schuif weer aan bij Claire en een andere mijnheer en we praten verder. Als Paulina arriveert gaat net het middagprogramma van start. Claire gaat naar yoga, de mijnheer gaat naar de mannengroep en Robbert besluit toch maar naar huis te gaan.
Dganit Tal-Sor heeft de leiding over dit centrum, ook weer een onderdeel van Community Access. EVA is gecertificeerd als PROS (Personalized Recovery Oriented Services) Programma. PROS is een herstelgericht programma voor volwassenen met een psychiatrische kwetsbaarheid waar begeleiding en behandeling elkaar ondersteunen. Deelnemers aan het programma stellen hun eigen programma samen. Zo is er een veelheid aan groepen en cursussen, is er de mogelijkheid ondersteuning te krijgen bij het zoeken naar opleiding of (vrijwilligers)werk. Er werken ook een psychiatrisch verpleegkundige en een psychiater. Het is mogelijk gesprekken met hen te voeren of bijvoorbeeld ondersteuning te vragen bij het afbouwen of veranderen van medicatie.
EVA wordt grotendeels gefinancierd door de staat. Dganit vertelt ook over de manier waarop de overheid invloed probeert uit te oefenen op wat ze aanbieden. Zo is onlangs een anti-rookcursus verplicht gesteld. De medewerkers en deelnemers hebben dit besproken en de conclusie was dat het goed is om aandacht te besteden aan stoppen met roken maar ook aan andere manieren van gezond leven. Stoppen met roken is nu ondergebracht in “Living well”.
Dganit geeft aan dat de staat heel dwingend is en dat het voor haar, het team en de deelnemers soms een hele klus is om vast te houden aan wat ze zelf willen. Er is steeds weer de dreiging dat er gekort gaat worden op het budget. Het vraagt dus een hoop creativiteit om aan de eisen te blijven voldoen.
Iets anders wat veel creativiteit en ook geduld vraagt: de bedoeling is dat de medewerkers alleen ondersteunen wat de deelnemers willen. Voor veel deelnemers is dit moeilijk, ze zijn heel afwachtend en niet (meer) gewend zelf initiatieven te nemen. Zo was er een goed lopend bibliotheekje. Maar sinds de dame die dit beheerde weg is, ligt het stil. Eerst leek niemand op het idee te komen het over te nemen, nu is er wel iemand die het misschien wil maar het lukt nog niet echt om het weer op te starten.
Hetzelfde geldt voor een creatieve studio. De ruimte is er, er is heel veel materiaal aangeschaft en nu…..? Bijna alles staat nog in dozen. Het wachten is op mensen die er mee aan de slag willen en dat dan ook gaan doen. Of er hulp bij vragen.
Voor ontbijt en lunch is alles in huis. Maar de tafels moeten gedekt en weer afgeruimd, er moet afgewassen worden. En de warme lunch dient gekookt te worden. Gezamenlijke verantwoordelijkheid: als je iets wilt zal je zelf ook mee moeten werken. Alles is gericht op mensen (weer) zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren. Maar ieder in het eigen tempo en op de eigen manier.
Ook hier weer WRAP-groepen en een aantal activiteiten die daar op zijn gebaseerd.
Tijdens de rondleiding door het centrum ontmoeten we weer allemaal enthousiaste mensen, blij om te kunnen vertellen over hun werk en bezigheden binnen EVA.

Krachtwerkontour, part 3: Baltic Street (8)

Door Karla, oorspronkelijk verschenen op karlanijnens.wordpress.com

Om 13.30 uur had ik met Henrike en Paulina afgesproken. Samen onderweg naar Brooklyn, naar Baltic Street!
Afgelopen jaar, in november, was ik op uitnodiging van het Leger des Heils bij twee masterclasses. Een ervan werd verzorgd door Sara Goodman van Baltic Street. Ik kon maar een stukje van haar masterclass bijwonen maar was erg onder de indruk. In de pauzes sprak ik haar en er was een klik. Bij het afscheid nodigde ze me uit langs te komen in haar centrum. Toen leek me dat nog onmogelijk!
Baltic Street is een grote organisatie, ooit begonnen in Baltic Street en nu inmiddels met meerdere locaties. En volledig peer-runned.
De locatie die wij bezochten vandaag, de locatie “van Sara”, is een zeer laagdrempelige inloop voor mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid. Iedereen is welkom. Je hoeft hier geen lid te worden, er moet niks. Het enige wat gevraagd wordt is je naam op een lijst te zetten bij binnenkomst. Minimaal 500 bezoekers per jaar zorgt er namelijk voor dat de financiering door de staat door blijft gaan.
Een grote open ruimte, hoog en licht. Geen aparte kantoortjes voor de staf, alles speelt zich in dezelfde ruimte af. Een keukenblok met een grote eettafel. Een schilderhoek. Een computerhoek. Lekkere banken bij boekenkasten. Veel informatie over wat er verder in de stad te doen is. En er worden allerlei groepen georganiseerd. Creatieve activiteiten als schilderles en haakles. Maar ook kookles, computercursussen, collective wisdom etc.
Baltic Street
Een van de medewerkers is musicus. Hij zingt met wie dat wil en neemt dat op. Alle mensen die we spraken waren lyrisch over hem: hij bewerkt alles zo dat iedereen geweldig klinkt. Heel goed voor je zelfvertrouwen!
Een van de bezoekers nam ons mee naar het balkon. Wat een uitzicht!!! En in de verte weer het vrijheidsbeeld. Helaas had ik nog steeds niet ontdekt hoe je in kunt zoomen met mijn fototoestel…. Maar als het het weet zie je haar links naast het hoge gebouw :-)
image
De mensen die we hebben gesproken zijn erg te spreken over deze locatie van Baltic Street. Ook nu weer: de kracht van peers, het belang van er gewoon mogen zijn, de onderlinge verbondenheid die langzaam ontstaat. En weer: niks moet. Geen doelen, geen druk. Dat geeft mensen de ruimte!
We zijn er een hele tijd geweest. Fijne sfeer, rust, een goed gesprek. Paulina kreeg een stripboek
Stripboek
wij gaven een sleutelhanger met klompje en een pak koekjes, zaanse huisjes.
Klompjes en koekjes
Maar toen moesten we toch weer gaan. Jammer dat Sara er niet was maar goed, vakantie is ook belangrijk!

Krachtwerkontour, part 3: Fountain House (7)

Door Karla, oorspronkelijk verschenen op: https://karlanijnens.wordpress.com/

Paulina en ik gingen op weg naar Fountain House. Met de metro naar 42th street en even later stonden we opeens op Times Square. Druk! Overal reclames en mensen die je een voorstelling in proberen te praten. Indrukwekkend om te zien. Maar ja, geen tijd en geen geld natuurlijk.
image  



Het adres stond niet goed vermeld, waardoor we verdwaald raakten in de juweliersbuurt. Maar ook wel weer leuk om te zien.

image
Net wat te laat kwamen we aan bij Fountain House. We werden meteen naar de bovenste verdieping gebracht waar net een rondleiding was begonnen. We zagen alle afdelingen, waaronder een prachtige nieuwe “gym”. En we spraken allerlei mensen onderweg. Op alle afdelingen was het een gezellige drukte. Members waren allemaal bezig met hun taken en verantwoordelijkheden, als radertjes in een goed geoliede machine. En tot slot nog een gesprek met een lid van de staf.
Fountain House is de bakermat van het Clubhuis-model. Mensen met psychiatrische kwetsbaarheden die mee willen doen worden lid (member) en kunnen zelf aangeven wat ze graag willen doen. Iedere afdeling heeft eigen taken en alles werkt ook weer samen. Members kunnen ook zelf aangeven door wie van de staf ze graag begeleidt willen worden. Niks moet, (bijna) alles mag.
Zo is er een afdeling voor de receptie. Hier loggen members in en uit, iedere keer als ze komen. Maar ook de telefoon wordt hier aangenomen en bezoekers worden ontvangen. Nieuwe members worden hier ingeschreven, afspraken worden bijgehouden etc.
Bij de afdeling Onderzoek worden de data verzameld. Welke members zijn veel aanwezig, welke minder. Wie doet wat. Maar ook adresgegevens worden hier bijgehouden en waar nodig aangepast. En, gegevens over medicatie, behandelaar, diagnose(s).
Dat laatste riep bij ons wel wat vraagtekens op. Van de staf hoorden we dar iedereen welkom is, diagnose doet er niet toe. Van members hoorden we dat er wel naar diagnoses gevraagd wordt. Sterker nog: het huis is er volgens de mensen die wij spraken voor mensen met schizofrenie, ernstige depressie, schizo-affectieve stoornis of bipolaire stoornis.
Er worden ook nieuwsbrieven gemaakt. Een algemene maar ook voor iedere afdeling apart. En voor donateurs.
Vanuit Fountain House zijn ook allerlei bedrijfjes opgericht, grotendeels ondersteunend aan het werk in het huis. Bijvoorbeeld een (fiets-)koeriersdienst, een fondsenwervingsbedrijfje, een cateringbedrijf.
Een van de members vertelde ons dat hij zo blij was dat hij ruim 10 jaar geleden een ernstige depressie kreeg. Daardoor had hij de kans gekregen bij Fountain House terecht te komen en daar mooi werk te doen.
Een mooie organisatie in een prachtig pand. Zo een mooi gebouw, helder, licht, schoon, ruim. Mensen zijn hier niet weggestopt, je ziet wat omgeving voor iemand kan doen!
Mooi om te zien. Goed ook om te zien dat er voor iedereen een plekje is. Ieder kan hier doen waar z/hij zich prettig bij voelt. En krijgt de kans om ook verder te kijken, naar een andere afdeling met andere werkzaamheden of naar buiten toe, naar andere organisaties.
Wat ons wel opviel was de afstand tussen members en staf. En op mijn vraag of er voor members ook doorgroeimogelijkheden waren naar staflid viel een diepe stilte. Dat was wel een keer gebeurt maar stafleden moeten een master hebben afgerond en dat is voor het merendeel van de members niet bereikbaar….
Het gesprek met het staflid werd nogal abrupt beëindigd en we werden dringend verzocht te vertrekken.

We hebben in de buurt nog wat gedronken en onze indrukken en ideeën besproken. Heel dubbel wel.
En toen terug naar het hotel waar de rest van de groep inmiddels druk in gesprek was over de andere bezoeken en indrukken. Dat gesprek hebben we voortgezet in het restaurant onder het hotel. En ook nu weer: veel te bespreken, veel te overdenken, veel te vergelijken. En van het ene onderwerp komt vanzelf weer een volgend onderwerp. We zijn nog lang niet uitgepraat!

Krachtwerkontour, part 3: Don't undersestimate the peer approach (6)

Door Karla, oorspronkelijk geschreven voor: karlanijnens.wordpress.com/

Vanochtend ging ieder op eigen tijd naar allerlei afspraken. Henrike en ik namen de metro naar Harlem. En hoewel we al gewaarschuwd waren voor express metros die niet overal stoppen lukte het ons toch om juist daar in te stappen. En uiteraard was er voor deze metro geen stop op de plaats waar wij er uit wilden. We besloten te gaan lopen, een stuk langs Central Park af. Nog heel kaal nu natuurlijk.
Na een half uurtje lopen kwamen we tot de conclusie dat we het niet gingen redden. Te ver en dus veel te laat voor de afspraak. Dus hebben we een taxi genomen voor het laatste stuk. Langs de kant van de weg, hand opsteken en ja hoor, de 3de taxi die langskwam stopte. Ongelofelijk aardige chauffeur die het leven hier in New York een stuk overzichtelijker en prettiger vindt dan in Senegal, waar hij vandaan komt. Leuke man, leuk gesprek en we waren zo op de plaats van bestemming!
We hadden een ontmoeting met Justin Barron van Recovery Connections, een onderdeel van Community Acces waar we gisteravond waren.
Recovery Connections (RC) is er voor iedereen die in New York woont en van zichzelf vindt dat h/zij kwetsbaarheden heeft op het gebied van psychiatrie en/of criminaliteit. Er wordt verder niet naar diagnoses oid gevraagd en het is ook niet van belang of iemand wel of niet in behandeling is of is geweest.
Uitgangspunt is dat veel mensen door hun kwetsbaarheden aansluiting missen bij de gemeenschap waarin ze leven. Bijvoorbeeld door het gebrek aan een netwerk. Vaak levert dat een achterstand op in de ontwikkeling op allerlei gebieden, mensen komen helemaal niet toe aan “gewone” dingen als onderwijs, gezond leven, vriendschap, creativiteit, intimiteit, spiritualiteit.
RC organiseert mogelijkheden om een netwerk op te bouwen, om deel te nemen aan zo veel wat de stad biedt. Maandelijks wordt er een kalender opgesteld met allerlei gratis activiteiten. Meestal is er eerst de mogelijkheid om gezamenlijk te eten en daarna gaat de groep van mensen die mee wil naar die activiteit. Bijvoorbeeld gratis workshops op het gebied van muziek, poëzie, literatuur, sport. Maar ook voorlichtingen over onderwijs, gezond eten of werk.
Do not underestimate the peer-approach
Zo belangrijk om samen op pad te gaan, samen allerlei te ondernemen. Om je te kunnen identificeren met anderen, om te merken wat goed voelt, om te leren waar je interesses liggen.
Voor mensen die behoefte hebben aan verder praten en uitzoeken wat hun mogelijkheden zouden kunnen zijn, biedt de staf (allemaal peers) de mogelijkheid om individuele afspraken te maken. Ook hierbij gaat om aan aansluiten bij waar iemand zelf behoefte aan heeft, wat iemand zelf ter sprake wil brengen.
RC  wordt gefinancierd door de lokale overheid en door de staat. daarnaast maken ze gebruik van allerlei fondsen en giften van zowel bedrijven als individuen.
RC zit op dezelfde locatie als Howie the Harp, het “peer-run” programma dat opleiding en werkgelegenheid biedt voor mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid. En zoals een van de medewerkers zei, ze leiden mensen op tot “agents of change”
historie
Kwaad over wat hem en anderen met een ‘psychiatrisch stempel’ in de samenleving overkwam, maar ook meer en meer overtuigd van zijn positieve kracht heeft Howie the Harp zich vanaf de jaren 1970 opgewerkt tot bevlogen en geliefd voorvechter van de rechten van mensen met een psychiatrische aandoening. In 1993 werd hij Director of Advocacy bij Community Access in New York City. In die rol introduceerde hij het ‘peer-to-peer’-concept: mensen met een psychiatrische geschiedenis zetten hun levenservaring en talenten in om elkaar te ondersteunen in hun herstel. Vanuit deze gedachte is een baanbrekend programma ontwikkeld dat de deelnemers traint om zelf controle te houden over hun welzijn en hen opleidt om te functioneren als professional in de sociale hulpverlening.
Howie the Harp overleed in 1995 op 42-jarige leeftijd aan een hartstilstand, kort voordat het eerste trainingsprogramma van start ging.
Ruim 800 Howie the Harp-studenten in New York City voltooiden inmiddels het intensieve trainingsprogramma met succes en vonden werk in de sociale dienstverlening of daarbuiten. Op dit moment telt het programma jaarlijks 80 studenten.
Om deel te kunnen nemen aan Howie the Harp dienen mensen een stevige selectieprocedure te doorlopen. Oa schrijft ieder een essay over motivatie en eigen ervaringen. Ook is er een individueel en een groeps-interview. Reflectie is hierin een belangrijk criterium maar ook leer skills en samenwerken, hoe iemand zich opstelt in een groep. En vooral: wil iemand echt aan het werk.
Er is weinig uitval in de groepen die starten met het programma Howie the Harp. Door de strenge selectie maar zeker ook omdat de studenten veel ondersteuning krijgen.
Het eerste half jaar is er een lesprogramma, vervolgens een stage (internship) en daarna nog groepen rond solliciteren, werkskills etc.
Het lesprogramma bestaat uit drie onderdelen:
  • personall wellness
  • professional development
  • career orientation
Ook nu raakten we weer in gesprek over de certificering. Het is sinds kort mogelijk om gecertificeerd peer-specialist te worden. Iedere staat kan dat zelf invullen. In New York is het een stevig programma wat op verschillende manieren doorlopen kan worden. Bestaat uit 13 modules die ieder afgesloten worden met een examen. En daarnaast aantoonbare werkervaring van 2000 uur. Afstuderen aan Howie the Harp geeft deze certificering niet. De stage mag wel gebruikt worden voor de werkervaringsuren.
Er zijn nu nog nauwelijks mensen die gecertificeerd peer-specialist zijn. Wel zijn veel mensen bezig met het programma. De verwachting is dat binnen afzienbare tijd het certificaat verplicht zal zijn om aan het werk te kunnen (blijven). Discussie dus ook over professionalisering van peers.
Ook hebben we een hele tijd gesproken over het toetsen. Niet alleen wat toets je maar ook hoe.
Kortom, een intensieve en interessante ochtend!

Krachtwerkontour, part 3: Building a career pathway voor peers (4)

Aansluitend op onze ontmoetingen met Kim Hopper en Howie the Harp bezoeken we Jim Mandiberg en Dan Herman, beiden werkzaam bij de Silberman School of Social Work, onderdeel van het publieke Hunter College. Dan hebben we twee jaar geleden ook ontmoet. Naast een algemene uitwisseling over het sociaal werk en het opleiden daarvan, richten we ons vooral op beroepsopleidingen voor sociaal werkers met een eigen ervaringsachtergrond.

Jim en Dan beschrijven hoe zij zien dat in de praktijk er eigenlijk maar één functie voor peers is en er geen doorgroeimogelijkheden zijn. Tegelijkertijd worden peers vaak het slechtst betaald in een team en soms voor ingezet als hulpje van de reguliere professional (zorg jij dat hij zijn medicijnen neemt).

Daarom willen zij een carrierepad ontwikkelen voor peers langs de lijnen van de beroepenkolom van het sociaal werk, van vocational (ons MBO) tot bachelor en master niveau. Zij hebben nu ook al studenten met een peer-achtergrond, die wisselend wel en niet open zijn over hun achtergrond als peer, omdat zij veel marginalisering en stigma ervaren. Samen met o.a. Howie the Harp willen Jim en Dan gaan onderzoeken wel opleidingsbehoeften er zijn en welke extra ondersteuning er nodig is, zodat peers een bachelor of master in social work kunnen krijgen.

Tegelijkertijd waarchuwen ze voor twee grote risico's. Enerzijds wordt de inzet van peers gebruikt als excuus om te bezuinigen en sociaal werk te deprofessionaliseren. Peers krijgen een minimum salaris terwijl tegen sociaal werkers wordt gezegd dat ze niet een meerwaarde hebben ten opzichte van leken. Anderzijds maakt Jim de vergelijking met koloniserende landen, die mensen uit de gekoloniseerde bevolking aanstellen in junior functies als legitimering van de kolonisering. Hij maakt zich zorgen dat door peers in te zetten binnen het huidige zorgsysteem, de legitimering vergroot zonder dat de benodigde fundamentele veranderingen worden gemaakt.

Daarom des te belangrijker dat sociaal werkers en peers niet tegen elkaar uitgespeeld worden, maar samen optrekken om toe te werken naar herstelondersteunende zorg.

peers als argument voor deprofessionalisering
werving peers door kolonisatoren om systeem te bestendigen 

donderdag 9 april 2015

Krachtwerkontour, part 3: Verplicht bijscholen maatschappelijk werkers? Een praktijkvoorbeeld bij de National Association of Social Workers (5)


Op woensdag 15 april 2015 vond de conferentie "Social Work in the City" plaats in New York. Geoffrey Verheul en Joep Holten, beide docent Maatschappelijk Werk & Dienstverlening bij de HvA, doen kort verslag. 

De conferentie wordt georganiseerd door The New York City Chapter of the National Association of Social Workers. De beroepsgroep blijkt hier goed georganiseerd, zij bieden hun leden voortdurend bijscholing en training aan. Verder komen zij op voor de salariëring van maatschappelijk werkers en voor een goede verzekering. We komen binnen in de grootste zaal van het Borrough of Manhattan Community College. Dit blijkt ook nodig want er zijn maar liefst 1000 social workers uit heel New York op afgekomen.


Social Workers dienen in de VS binnen 3 jaar 36 punten te halen. Dit is enigszins vergelijkbaar met de punten die sociaal professionals kunnen halen bij het Registerplein. Doen de leden dit niet dan raken ze hun licentie kwijt. De 1000 social workers in de zaal zitten er dus niet helemaal vrijwillig, maar daar laten ze tijdens de hele conferentie weinig van merken. Alleen al bij de aankondiging van de eerste spreker wordt er om de minuut volop geapplaudisseerd. 


Policies that destroy communities 

De Keynote Speaker is Mindy Fullilove, professor aan de Columbia University. Zij geeft een zeer gedreven college over het ogenschijnlijk kleine verschil tussen een Ghetto en een Slum. Zij laat door middel van foto's van Harlem zien hoe Harlem vanaf de jaren 30 langzaam is achteruitgegaan. 



Door de jaren heen kwam er steeds minder controle vanuit de huizen op wat er op de straat gebeurde. Ramen werden soms ook letterlijk dichtgetimmerd. Op een foto uit de jaren 30 zie je kinderen spelen op straat, maar de ouders houden toezicht vanuit de ramen. Op een volgende foto zie je een ogenschijnlijk zelfde situatie, maar nu hebben de ouders geen mogelijkheid meer om toezicht te houden door gesloten ramen. Er ontstond volgens Mindy Fullilove een community collapse. Als een gemeenschap minder cohesie kan verkrijgen dor gebrekkige voorzieningen dan ontstaat er vervolgens een gebrek aan kapitaal waardoor een wijk kan verslechteren. Dit lijkt op een vorm van extreme stress, maar dan extreme stress voor een gehele wijk. Mindy Fullilove geeft helder de stappen aan die hebben plaatsgevonden in Harlem: urban renewal, deindustrializaton, planned shrinkage en tot slot gentrification. " In the end I have to take care of me instead of my community." Gentrification vindt de laatste jaren steeds sneller en in een steeds hardere vorm plaats. Manhattan staat vol met lege gebouwen en vastgoedinvesteerders proberen steeds meer ruimte te claimen, er valt hiermee ontzettend veel geld mee te verdienen.

Zoals alle professors die we hier hebben ontmoet is Mindy Fullilove een professor die ook direct nadenkt hoe dit kan worden aangepakt. Ze denkt na over stedelijke vernieuwing en heeft haar tanden gezet in een project dat C.L.I.M.B. heet. In dit project wordt gekeken hoe de parken in en rondom Harlem opgeknapt kunnen worden en met elkaar kunnen worden verbonden. Dit op een wijze die niet bijdraagt aan gentrification, maar aan het welzijnsgevoel van de lokale bewoners. Hiervoor werker zij onder meer samen met kinderen die zitten op de beroemde Harlem Children's zone. Onder meer door samen met deze kinderen kunst te maken en te plaatsen in de parken.







woensdag 8 april 2015

Krachtwerkontour, part 3: Kim Hopper: It's not about Mead, it's about Weber (3)

Dinsdagochtend vroeg ontmoeten wij dr. Kim Hopper, een medisch antropoloog die zowel verbonden is aan Columbia University als het Center to Study Recovery in a Social Context. Zijn onderzoek zit op het snijvlak van maatschappelijke opvang en geestelijke gezondheid.

Hij is recentelijk betrokken bij een project waar professionals en ervaringsdeskundigen samenwerken aan ondersteuning van mensen met psychische problemen, vanuit de Open Dialogue benadering, gericht op een andere omgang met psychotische episoden. Hij ziet dit als erg beloftevol, maar onderscheidt ook al een aantal complicaties. Veel professionals zijn erg crisis georienteerd en gaan weer verder na de crisis, terwijl eigenlijk een langere verbinding tussen de persoon in kwestie en de ondersteuning gewenst is. Daarnaast is deze werkwijze erg terughoudend in het gebruik van medicatie, wat volgens psychiaters onverantwoord is. Ook de inzet van peers leidt tot complicaties, o.a. door onduidelijkheid over de verhouding en positionering tussen peers en professionals. Peers zelf geven aan soms moeite te hebben om iets wat van hun was (hun ervaring) nu opeens als 'baan' in te zetten. Paulina gaat later deze week op bezoek van één van deze teams, verslag daarvan volgt.

Kim beschrijft ook een project waarbij hij samen met peer advocates werkt aan onderzoek. Zijn stelling is dat als je als peer geen kennis hebt van onderzoek en onderzoeksmethode, je eigenlijk in een achterstandspositie zit en er een risico van tokenism ontstaat. Daarom heeft hij een onderzoekstraining ontwikkeld voor peers, zodat zij op gelijke voet mee kunnen doen in de discussie. Sommige van de peer-advocates waren het hier niet mee eens, omdat zij vinden dat alleen participatie onderzoeksbenaderingen passend zijn en alle andere onderzoeksbenaderingen bijdragen aan het in stand houden van het bestaande systeem. Hierdoor werd de training voor al een debat, met weinig resultaat. Kim is erg enthousiast over 'auto-etnography' en 'self-reflective anthropology' maar waarschuwt dat dit soms doorslaat in 'anthropology of the higher narcissism'.

We bespreken met Kim de training om licensed peer supporter te worden. Enerzijds is het natuurlijk heel goed dat de inzet van peers nu officieel erkend wordt (en betaald), anderzijds is wel het gevaar dat de waarde van peer support verloren gaat in bureaucratisering. Daarom stelt Kim ook dat het niet zozeer om Mead gaat (de ontwikkelaar van de Intentional Peer Support benadering) maar om Weber, de grondlegger van het denken over bureaucratien. Veel mooie projecten worden met een aparte subsidie gestart, maar zodra ze regulier gefinancierd worden. Zo is bijvoorbeeld ook Pathways to Housing, de ontwikkelaar van Housing First, in New York failliet gegaan. Kim probeert met zijn onderzoek als critical friend bij te dragen aan de ontwikkeling en verduurzaming van innovatieve projecten, maar ook hij merkt dat zakelijke belangen soms inhoudelijke overwegingen in de weg zitten.

Naast deze projecten is Kim met vele andere interessante dingen bezig, zoals het lesgeven aan gevangenen zodat zij een bachelor kunnen halen in de gevangenis en het ontwikkelen van experience informed training waarbij studenten in de ggz gekoppeld worden aan ervaringsdeskundigen tijdens hun stage.

Al met al een interessante man met veel relevante ervaring waar wij weer mee verder kunnen.

Krachtwerkontour, part 3: Community Acces (2)

Door: Karla
Na een voorspoedige vlucht, heel lang wachten bij de douane en nog veel langer wachten op onze koffers. Na een snelle maar dure taxirit van Newark Airport naar ons hotel. Na inchecken, even kort slapen, opfrissen en wat drinken. Na horen dat er toch voor iedereen plaats is in dit hotel en nadat ook Paulina en Henrike zijn aangekomen.

IK BEN IN NEW YORK!!!!
Om 18.00 uur is onze eerste afspraak, Community Acces. Een kort eerste bezoek want we gaan onderdelen van deze organisatie deze week nog meerdere keren bezoeken. We kwamen Sjoukje tegen, die al een dag in New York is. En onderweg zien we zomaar meteen even het vrijheidsbeeld!
Community Access organiseert een brede range aan mogelijkheden en handvatten om de cyclus van dakloosheid, psychiatrische kwetsbaarheden, armoede, opnames en detentie te doorbreken. Ze houden zich bezig met huisvesting, job skills, werkervaringsplaatsen, alles wat kan helpen om het leven weer op de rails te krijgen.

Na een leuk en inspirerend gesprek met Steve Coe die al ruim 36 jaar voor Community Access werkt, zijn we even aangeschoven bij de klas die op dat moment een laatste bijeenkomst had. Blended Learning (iets waar we in Amsterdam ook de eerste stappen mee doe op dit moment) voor mensen die zich ontwikkelen tot Peer-specialist.

Klas Blended LearningWat een energie! Mensen vertelden heel enthousiast en beeldend wat het hen doet om aan dit programma mee te doen. Maar ook wat het van ze vraagt. Deze mensen hebben geen geld, ze hebben dan ook geen enkele toegang tot opleidingen, tot verdere ontwikkeling. Community Acces leent laptops uit (met de mogelijkheid ze later te kopen voor een wat lager bedrag) waarop mensen zelf aan de slag kunnen met modules. Maar voor de meeste mensen is het ook een eerste kennismaking met een computer: uitvinden hoe alles werkt, wat de mogelijkheden zijn. En wat is wifi en hoe kom je daar nu weer aan? Iemand vertelde dat hij bij McDonalds gaat zitten vanwege gratis wifi!


Een deel van deze groep heeft hiervoor Howie the Harp gedaan, waarover later meer. Zij zijn dus al meer dan een jaar bezig met het ontwikkelen van hun ervaringsdeskundigheid, met het inzetten van eigen ervaringen om anderen mee te ondersteunen. Een aantal heeft inmiddels een baan of uitzicht op een baan. Deze opleiding biedt hen de mogelijkheid een erkend certificaat Peer-specialist te halen. Het is zwaar, het is veel maar de combinatie zelfstandig werken en de lessen maakt dat mensen zeer gemotiveerd zijn en blijven.
Degene die de groep begeleidt, de lessen geeft, is een inspirerende man. Ook hij is ooit begonnen bij Howie the Harp.

Klas Blended Learning
Wat een geweldige eerste ontmoeting!
En ondertussen lopen we gewoon in een film! De hoge gebouwen, de sirenes die je altijd hoort in politieseries, de geluiden van een grote stad…..
Na dit alles zijn we nog een biertje gaan drinken, vlak bij het hotel. En hier voegen ook Joep en Geoffrey zich bij ons: groep compleet.
Even na 3 uur Nederlandse tijd rol in mijn bed in, wat een dag! En wat een mooi begin van dit Newyorkse avontuur!

Krachtwerkontour, part 3: New York (1)

We have returned. Met een grotere groep dan de vorige keer, zeven in totaal, zijn we weer in de USA.

In de taxi op weg naar het hotel horen we een reclame op de radio: we can't fix the potholes, but we can give you a great deal on new tires. Tijdens een eerdere reis vroeg ik een van onze gastheren hoe het kan dat Amerikaanse wegen zo slecht zijn, ook in 'goede' wijken. Hij legde me uit dat Amerikanen liever extra geld betalen aan nieuwe banden dan investeren in goede wegen waar iedereen wat aan heeft.

Het is één van de vele paradoxen die dit land te bieden heeft. Een andere is dat is dat dit land 'of the free' zeer normatief is over hoe je je hoort te gedragen in je vrijheid. Het lokale openbaarsvervoersbedrijf is een beschavingscampagne begonnen, Courtesy Counts (beleefdheid telt). In alle metro's hangen posters met hoe je je  courtesy  kan tonen, bijvoorbeeld door vriendelijk te lachen terwijl je opstaat voor iemand anders. Deze en vele andere paradoxen staan beschreven in het boek dat Max Westerman schreef naar aanleiding van zijn tijd hier, wat ik met veel herkenning lees terwijl ik hier ben. 

De komende vijf dagen ontmoeten we een groot aantal ervaringsdeskundigen, sociaal werkers, docenten en onderzoekers. De komende dagen zullen we van deze bezoeken verslag doen. Waar mogelijk proberen we ook weer korte filmpjes op te nemen.

Eerdere reisverslagen staan hier, de filmpjes van de eerste reis staan hier.

maandag 13 oktober 2014

Krachtwerkontour, part 2: Land of dreams (7, slot)

Fellow travelers 

Amerika is een groot land, maar het groepje pioniers in ons vakgebied blijkt niet heel groot. Via verschillende routes komen wij in contact met Laysha Ostrow, post-doc onderzoekster bij de
Johns Hopkins School of Public Health en verbonden aan UCSF's Department of Psychiatry. Zij is mede oprichtster van het Lived Experience Research Network. Hoewel ze nu nog in Boston woont, is ze toevallig in de Bay area om hier te zoeken naar een woning en contacten op te zoeken (niet toevallig o.a. PEERS en 2nd Story). Concrete aanleiding om af te spreken is het onderzoek wat zij doet naar respite houses (samen met Bevin Croft van HSRI waar we vorig jaar waren), waarover zij net een dissertatie heeft afgerond (zie hier en hier voor meer informatie over dit onderzoek). Tijdens de avond spreken we over haar onderzoek, ons onderzoek, gezamenlijke kennissen, interessante projecten, mogelijke samenwerkingen en over de combinatie van onderzoeker zijn en eigen ervaring hebben. Een inspirerende ontmoeting, waarop hopelijk snel een vervolg komt als Laysha naar Amsterdam komt.


Eigenlijk zouden we de volgende dag de initiatiefnemers van het Bay Area Mandala project ontmoeten (o.a. Michael Cornwall) maar door persoonlijke omstandigheden aan hun kant gaat deze ontmoeting helaas niet door. Hopelijk een volgende keer.

Wat nemen we mee

De vorige keer dat wij in Amerika waren hebben wij gezamenlijke een stuk geschreven over wat we meenamen uit onze reis (laatste hoofdstuk in dit boekje). Deze keer een minder uitgebreide reflectie. Naast de vele specifieke inzichten, inspiratie en bemoedigende contacten zijn twee punten die overall zeer opvallen zijn: de positieve insteek die in het DNA van Amerikanen lijkt te zitten, samen met de grote focus op hiërarchische positie.

Amerika, zoals wij dat hebben leren kennen, is zonder twijfel het land waar iedereen kan dromen van zijn of haar grote doorbraak, ook, of misschien zelfs wel juist, na een crisis. Herstel sluit in die zin goed aan bij de mentaliteit van dit land. Tegelijkertijd blijft onvoorstelbaar hoe belangrijk positie is. Als de CEO of directeur spreekt, is de rest stil (only speak when spoken to). Ook in bijvoorbeeld restaurants is meteen duidelijk: degene bij de deur die je een tafel wijst is hoger in status dan degene die je bestelling opneemt, die weer hoger is dan degene die je bestelling brengt. Zelfs binnen peer-run organisaties komt dit terug. De afstand tussen uitvoerende medewerkers en de directie is misschien minder groot, maar het verschil in status is overduidelijk. Een stap omhoog in de hiërarchie, betekend ook een stap omhoog van je voormalige lotgenoten.

De andere kant van de medaille daarvan is: it could be you. Iedereen kan die stap maken (althans in theorie). Dat begint met het focussen op krachten, talenten en prestaties. Het model van the Village, waar deelnemers die iets bereiken een Golden Duckie, applaus en publieke erkenning krijgen, is in de Nederlandse context moeilijk voor te stellen. Tegelijkertijd zie je dat de mensen die het applaus krijgen een boost ervaren. Met één van de Amerikanen spraken wij over meritocratie, in Nederland een stevig bekritiseerd concept (‘we willen geen diplomademocratie’). In Amerika gaat het, in ieder geval volgens de mensen die wij erover spraken, veel meer over het ontdekken van de eerder genoemde krachten en talenten en die aanmoedigen. Op mijn vraag wat dit voor effect heeft op mensen die (ogenschijnlijk) in een minder krachtige omgeving zitten, was het antwoord: iedereen kan iets en iedereen kan daarmee een succeservaring hebben (en nog een en nog een).

In jeugdzorg en pedagogiek is het positief opvoeden, het prominent benoemen van wat goed gaat en daar zoveel mogelijk op focussen, zeer prominent aanwezig. Met kinderen is het belang hiervan duidelijk en voor een deel ook natuurlijk (‘wat knap dat je dat al kan’). In kracht-/herstelgerichte benaderingen voor volwassen (strength-based, WRAP) is dit ook de bedoeling, maar het lijkt wat contrair aan onze socialisatie. Het voelt overdreven, ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Het is hier moeilijk voor te stellen dat we elke week een uur applaudisseren voor een ieder in onze gemeenschap die iets positiefs heeft meegemaakt. Waarom eigenlijk?

Krachtwerkontour, part 2: Bay of growth (6)

Na het bezoek aan 2nd Story hebben we een afspraak bij het California Social Work Education
Center (CALSWEC), een aan Berkeley gelieerd instituut. CALSWEC is een samenwerkingsverband van sociaal werk opleidingsinstituten (waaronder de USC) en grote werkgevers (waaronder veel lokale overheden). We ontmoeten daar Chris Mathias en Barrett Johnson, directeur van het instituut en hoofd van de trainingsafdeling. Via de telefoon praat Sandhya Hermon mee, zij doet onderzoek naar de werkomgeving van sociaal werkers. Naast sociaal werk algemeen richt CALSWEC zich specifiek op geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg en ouderen.

CALSWEC richt zich zowel op het opleiden van nieuwe sociaal werkers als het bieden van deskundigheidsbevordering, o.a. om ervoor te zorgen dat sociaal werkers gefinancierd worden. Een grote uitdaging daarbij is dat Californië veel verschillende overheden (o.a. staat, county, gemeente, etc.) en andere financiers (fondsen, zorgverzekeraars) kent, die elk hun eigen criteria en registratiesystemen hebben. Over het algemeen is de registratiegraad en het opleidingsniveau van sociaal werkers laag, Dit komt ook doordat er veel bezuinigd moet worden in de praktijk, waarbij de budgetten voor deskundigheidsbevordering snel sneuvelen. Onderwijs moet dan sneller en goedkoper, waarbij er druk op de onderwijsinstituten wordt uitgeoefend om professionals te laten slagen. De academische cycli en de drukte van het werkveld zorgen dan soms voor spanningen. CALSWEC probeert partnerships te vormen om hier tegenkracht aan te bieden. Dit ook door het instellen van een Advisory board, samengesteld uit belangrijke werkveldpartners en lokale overheden.

CALSWEC probeert lokale communities of practice op te zetten waar studenten, professionals en studenten uitwisselen en van elkaar leren. Op die manier werken zij aan lokale capacity building. Hoe concreter de innovatie, hoe beter dat gaat. Interessant is dat ook hier de discussie speelt hoe specialistisch of generalistisch de opleidingen ingestoken moeten worden. Leid je op voor een specifieke functie, of leid je op tot de basis en vindt specialisatie daarna plaats? Binnen innovaties wordt ook aansluiting gezocht met onderzoeksgroepen binnen betrokken universiteiten, bijvoorbeeld ook met die van Berkeley zelf, waar we vorig jaar waren (hier en hier). Daarnaast doet CALSWEC ook zelf onderzoek, vooral naar ‘workforce development’ en implementatieprocessen, waarin ze proberen uit te zoeken welke organisatorische factoren effectiviteit vergroten of juist verminderen. Op basis hiervan adviseren zij werkgevers en overheden. Doordat de registratiegraad van professionals laag is, zijn beroepsorganisaties geen grote speler in die discussie.

CALSWEC werkt ook veel aan e-learning, maar wil ook graag meer internationale uitwisseling faciliteren. Dit maakt de professionalisering van sociaal werkers sterker, en is daarom voor ons een mooi voornemen om mee naar huis te nemen.

Krachtwerkontour, part 2: Bay of stories (5)


Na ons bezoek aan PEERS gister vandaag een tweede ‘herbezoek’, dit keer aan 2nd Story. Vorig jaar waren wij erg onder de indruk van dit peer-run respit house. Door het jaar heen kreeg ik berichten uit Santa Cruz dat er een aantal verschuivingen hadden plaatsgevonden, waarmee de interesse gewekt was om nogmaals op bezoek te gaan. Ik ontmoet in het huis o.a. Yana, Chris, Alex en Darcy, samen met anderen wiens naam ik helaas niet opgeschreven heb. Gezamenlijk vertegenwoordigen zij een doorsnee van de verschillende rollen binnen 2nd Story: externe beleidsmedewerker, (leidinggevende) peer-supporters en gasten.

De belangrijkste wijziging ten opzichte van vorig jaar is dat Rigel Flaherty, de teammanager van vorig jaar, vertrokken is en er nu gewerkt wordt met ‘shared-leadership’, door vier van de peersupporters, die elk een gedeelte van het management doen. Dit is maar een klein gedeelte van hun aanstelling, maar soms wel een lastige combinatie, omdat ze in verschillende rollen zitten en soms tegen frustrerende zaken aanlopen. Naast deze vier zijn er nog veertien andere peer workers in het huis actief.

Volgens de aanwezigen is de shift naar shared leadership goed voor de gasten en wordt dit ook gewaardeerd, mede omdat besluitvorming opener en democratischer is. Gasten kunnen anonieme surveys invullen, opmerkingen noteren op het blad ‘topics for team discussion’ en kunnen deelnemen aan team-vergaderingen, al hebben ze geen stemrecht. Ook in de dagelijkse dingen kunnen zij veel beïnvloeden, al blijkt dat gasten dit niet gewend zijn (vanuit traditionele zorg) dus dat dit gestimuleerd moet worden. Een belangrijk principe daarbij is: ‘ask, don’t give advice’.

Een belangrijk leerpunt voor de peerworkers was dat ‘having lived experience does not guarantee shared values and needed skills’. Dit was een moeizaam leerproces, waarbij ook de implementatie van de waarden, voor zover die gedeeld waren, lastig bleek. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de relatie tussen trauma’s die mensen hebben meegemaakt en gedrag wat daaruit voorkomt, hoeveel ruimte is daarvoor, zeker als dat gedrag voor andere mensen weer trauma’s oproept (bijvoorbeeld schreeuwen of met deuren slaan)? En in het verlengde daarvan: welke ruimte is er voor trauma’s van medewerkers, zeker als die bijvoorbeeld versterkt worden door gedrag van gasten? Eén van de peerworkers is hier heel duidelijk over: ‘you should have your shit together’. Een van de peerworkers die terug begon te schreeuwen tegen een bezoeker is ontslagen.
Gedurende het gesprek ontstaat er een discussie tussen de mensen van 2nd Story over de fysieke inrichting van het huis. Omdat het echt een huis is, zijn er geen afgesloten ruimtes om een privé gesprek te voeren, een besloten groep te organiseren of even uit te razen. Sommigen missen dit en denken dat hierdoor de druk in de groep oploopt. Anderen vinden juist dat dat de kracht is van 2nd Story, dat alles open is en dat je er met elkaar uit moet komen. In het verlengde van dat laatste wordt ook juist zeer gewaardeerd door alle betrokkenen dat er geen echt kantoor is. Openheid over eigen uitdagingen helpt ook om schaamte voor eigen uitdagingen te verminderen, omdat mensen vaak denken dat zij de enige zijn die ergens mee zitten.

Toch beperkt deze openheid de ruimte voor mensen ‘who need to act out’. Medewerkers proberen hier wel in te bemiddelen, maar voor sommige mensen is hierdoor geen plek. Wel worden dit soort incidenten aangegrepen om als groep een gesprek te hebben over tolerantie naar mensen die ergens door heen gaan. Andere mogelijkheden zijn het starten van groepen om om te gaan met ‘anger issues’. Tegelijkertijd roept dat bij anderen weer de associatie op met weekly meetings binnen institutionele zorg. Het gevolg is dat er soms meer, soms minder groepen zijn. Eén van de huidige gasten vind het fijn dat de groepen ‘optional’ zijn en dat je ook aan de rand kan zitten luisteren.

Ook in de relatie met de moederorganisatie zitten spanningen. De moederorganisatie eist duidelijke regels die ook preventief geformuleerd worden, terwijl de peer workers liever open regels formuleren, die ruimte bieden voor dialoog en tweede kansen. Dat is ‘critical for learning and growth’. 2nd Story moet een ‘safe environment for trying new choices’ zijn, wat haaks staat op bureaucratische richtlijnen voor omgang met bijvoorbeeld grensoverschrijdend gedrag.

De betrokkenen blijven zoeken naar de goede manier om dingen aan te pakken: in het organiseren van groepen, de omgang met lastig gedrag, maar ook de verblijfsduur. Er was een tijdje een groep die bleef hangen, steeds weer verlenging kreeg. Ook kwamen er meer mensen zonder eigen huis. ‘We became a housing solution instead of a respite house’. Toen is weer een tijd strak aan de regels gewerkt. En ongetwijfeld zal dat over tijd weer los gelaten worden.

Als stimulans om een lerende organisatie te blijven participeert 2nd Story in een onderzoek, uitgevoerd door HSRI, naar de effectiviteit van haar functioneren. Voorlopige uitkomsten lijken uit te wijzen dat 2nd Story van toegevoegde waarde is voor deelnemers en o.a. het aantal ziekenhuisopnames vermindert. Ook uit de verhalen de vorige keer en nu blijkt dat 2nd Story voor veel gasten een plek blijft waar ze heen willen, in plaats van dat ze gedwongen worden. ‘It’s a step-up facility.....for when I’m in need of a community.'

maandag 22 september 2014

Krachtwerkontour, part 2: Bay of love (4)

Ons eerste bezoek in de Bay Area is bij Lisa Smusz van PEERS, waar wij vorig jaar ook waren en we het prachtige filmpjes ‘It’s all just us’ opnamen, wat wij sindsdien al vaak gebruikt hebben. Na een lange dag autorijden (ruim 650 km van L.A. naar Oakland), worden we hartelijk ontvangen door Lisa, met nieuwe shirts. Vorig jaar kregen we shirts met de tekst: Love > labels, dit jaar is de slogan: Love more, judge less. Een fijne binnenkomst.

PEERS is niet alleen een fijne plek om tijd door te brengen, maar ook een plek om ons te laten adviseren over WRAP. Dit voorjaar hebben we in het kader van het implementatieplan van de Wmo-werkplaats een doorstart gemaakt met het Amsterdamse netwerk gericht op de ontwikkeling van ervaringsdeskundigheid en herstelondersteuning. Eerder is binnen dit netwerk onderzoek gedaan naar de inzet van WRAP als middel om dit te stimuleren en te ontwikkelen (zie ook de beschrijving in de Who Knows?! publicatie ‘Ervaringen met de inzet van ervaringsdeskundigheid’). In dit project willen we de beschikbaarheid van herstelondersteuning vergroten, ook voor andere groepen buiten de GGZ, ook door te kijken welke rol professionals hierbij hebben en hoe we dit in het onderwijs kunnen integreren. PEERS is de first International WRAP Center of Excellence, een mooie plek om ons te laten inspireren.

PEERS wordt veel gevraagd om voorlichting te geven aan professionals over WRAP en heeft daarom besloten een aangepaste WRAP training te ontwikkelen, voor het werken aan welzijn in de omgang met ‘secondary trauma’s’. De gedachte is professionals vaak dag in dag uit geconfronteerd worden met de ellende van hun cliënten, zonder dat ze goed weten hiermee om te gaan. Daarom maken ze in deze training een eigen WRAP om manier voor zichzelf en met elkaar te bedenken hoe ze aan hun welzijn kunnen werken in dit soort situaties. Hiermee maken zij tegelijk kennis met wat WRAP is en betekend door ervarend leren. De doelstelling is dat hiermee enerzijds het bereik van WRAP vergroot wordt en anderzijds dat het aantal burn-outs bij professionals vermindert wordt. In het verlengde hiervan wordt ook gekeken in hoeverre WRAP binnen ‘primary health care’, de eerstelijnszorg, aangeboden kan worden, om het zelfmanagement en zelfsturing in welzijn en gezondheidszorg te bevorderen. Dit vanuit de gedachte dat dat leidt tot een betere gezondheid.

Naast algemene WRAP groepen biedt PEERS ook voor specifieke groepen programma’s. Voor een gedeelte is dit op basis van culturele achtergrond (Latino, African-American), maar twee andere programma’s zijn voor ons interessant. De eerste is voor mensen met huisvestingsproblematiek, zowel voor mensen die dreigen hun huis te verliezen, in een opvang verblijven of die weer in een huis gaan wonen. Daarbij werken ze onder andere samen met huisvestingsorganisaties, waarbij bijvoorbeeld de organisatie WRAP aanbiedt aan huurders met huisvestingsproblemen. PEERS biedt ook voorlichting over welzijn en zelfmanagement voor huisbazen, eigenaren en beheerders, om hun inzicht daarin te vergroten.

In de WRAP groepen voor mensen met huisvestingsproblematiek gaat de aandacht vaak uit naar meer basale aspecten van welzijn (met Maslow in gedachten), hoe welzijn te behouden op straat of in het samenwonen met anderen in transtitional housing. Daarbij gaat het ook om praktische aspecten en tips, hoe kan je verder komen, waar kan je welke ondersteuning krijgen, etc. ‘Meet them where they are, start with urgent needs, go deeper from there’. Opvallend is dat de basis opzet van WRAP goed aansluit, maar dat de thema’s en de taal anders is. Daarbij is het van belang dat de facilitator deze aansluiting kan maken en bij voorkeur een gelijke achtergrond heeft.

PEERS heeft samen met het Copeland Center een aangepast programma gemaakt voor wat zij noemen Transitional Age Youth (TAY), jongeren in de overgang van jeugd naar volwassenheid. Daarbij werken zij veel samen met lokale universiteiten om WRAP groepen aan te bieden aan studenten die op campus wonen of in studentenhuisvesting en uitdagingen hebben met het op zich zelf wonen, de nieuwe sociale context en of alle nieuwe eisen die aan ze gesteld worden. De groepen worden gefaciliteerd door jongeren die zelf in deze fase zitten en door PEERS opgeleidt worden en vervolgens vanuit PEERS de groepen draaien, voor in ieder geval een jaar.

PEERS is ooit begonnen met algemene WRAP groepen, maar heeft door de jaren heen steeds meer diversificatie aangebracht, in thema’s en gebieden. Invalshoek is wel altijd geestelijke gezondheid, daarvoor worden ze ook gefinancierd, al zouden ook graag aandacht besteden aan structurele armoede. De fundamenten van WRAP zijn voor veel groepen, eigenlijk voor iedereen, bruikbaar, maar moeten per groep aangepast worden. PEERS doet dit door twee of drie ‘voorlopers’ uit een bepaalde gemeenschap te betrekken en op te leiden tot facilitator (gratis, in ruil voor het committment om een jaar bij PEERS te werken). PEERS heeft zelf zes advanced level facilitators, die andere facilitators mogen opleiden. Deze facilitators werven vervolgens via community outreach anderen voor wie WRAP zou kunnen helpen. Na onze afspraak gaan we samen met Lisa eten, op het Alameda Island, en filosoferen we over internationale samenwerking en over het bezoek wat Lisa hopelijk binnenkort aan Amsterdam komt brengen.

Voor wie meer wil weten over WRAP: veel is te lezen en te zien via de bibliotheek van het Copeland Center. Op deze website houden wij ook een overzicht bij, zie hier links onder ‘Zelfhulp’.

vrijdag 11 juli 2014

Krachtwerkontour, part 2: City of gold (en duckies) (3)

Op de laatste dag van ons bezoek aan L.A. bezoeken wij twee organisaties, the Village en SHARE. Beiden zeer inspirerend en daarom een wat langer verslag.

The Village 
Velen die hoorden dat wij vorig jaar door Amerika trokken op zoek naar beloftevolle praktijken drongen ons aan om the Village te bezoeken. Door miscommunicatie en omstandigheden is dat toen niet gelukt, wat ons op veel hoongelach kwam te staan van Amerikanen en anderen. Daarom waren wij er dit jaar extra op gebrand dit project te bezoeken. The Village wordt door vele geroemd als één van de voorlopers in de ontwikkeling van hedendaags denken en werken aan herstelondersteuning, sinds 1990. The Village is onderdeel van Mental Health America Los Angeles, waar ook Project Return veel mee samenwerkt.

Op woensdagochtend is er wekelijks een communitymeeting, waar iedereen die betrokken is bij the Village of simpelweg geinteresseerd is samen komt om en met elkaar nieuws, aankondigingen, ontwikkelingen en hoogtepunten deelt. Zonder dat we het weten is onze aanwezigheid hierbij aangekondigd en terwijl wij wat zoekend door de gang binnenkomen horen we aan het eind van de gang '... some guys from Amsterdam we're supposed to be here, but I don't see them'. Vertwijfeld lopen wij door, om in een afgeladen kantine terecht te komen, waar wij ontvangen worden met luid applaus door de 100 aanwezigen en we ons mogen voorstellen. De bijeenkomst wordt geleid door een charmante dame die met veel humor iedereen stimuleert om mee te doen en vooral te blijven lachen. Aan het eind blijkt dat ze hier serieus over is, want twee gasten die niet genoeg gelachen hebben moeten samen met haar dansen, zodat ze alsnog een glimlach op hun gezicht krijgen.

We nemen plaats naast Paul Barry, directeur van the Village. Hij vertelt deze meetings geinspireerd zijn door het oude gebruik in New England om townhall meetings te houden, waar dorpsbewoners elkaar informeel ontmoeten om de stand van zaken te bespreken, zonder daar verder een formeel besluit over te nemen. Aanwezigen vandaag vertellen over een leuke farmersmarket om de hoek, de lekkere koekjes van de eigen bakkerij (waarvan we een doos meekrijgen) en persoonlijke successen. Jim vertelt zijn verhaal van bezoeker aan the Village, tot bezorger bij het cateringsbedrijf. Zijn collega zegt: 'he always was dependable, he just forgot it, and now he remembers'. Iedereen die wil mag wat zeggen en als blijkt dat een paar mensen jarig zijn wordt een cacafonische, meer stemmige, zeer valse maar erg liefdevolle versie van 'happy birthday' ingezet. We maken ook kennis met het fenomeen 'golden duckies'. Met enige regelmaat worden deze golden duckies uitgereikt, aan mensen die een milestone hebben bereikt, klein of groot, op welk gebied dan ook, om met elkaar vooruitgang te vieren en anderen te inspireren. Ook in andere opzichten wordt gebruikt gemaakt van onderling leren. Zo is bijvoorbeeld de keuken zo ingericht dat mensen die in de kantine zitten zo de keuken in kijken, daar vrienden aan het werk zien en dan soms denken: 'he, dat wil ik/kan ik ook'.

Niet alle verhalen deze ochtend zijn vrolijk, één van de medewerkers vertelt hoe hij recentelijk geslagen is door een deelnemer en zijn twijfels over dit incident. Enerzijds snapt hij de achtergrond van het incident,
anderzijds is de cultuur van non-violence van groot belang. Vanwege eerdere incidenten is de persoon in kwestie geschorst, maar dit staat haaks op de filosofie van the Village, die als een 'island of misfits' een 'place for everybody' wil zijn. Waar kan je nog terecht als je hier niet meer past? 'Some people are to dangerous for us to be welcoming to, but it's a hard reality.' Om toch op een positieve noot te eindigen wordt een spelletje gespeeld waarbij deelnemers een vraag krijgen over the Village en als ze het goed antwoorden een koekje van de bakkerij krijgen. 'Smile, and you'll get a smile back'.

The Village krijgt zoveel verzoeken voor bezoek, dat zij maandelijks een voorlichting organiseren over achtergrond, opzet en werkwijze, in ons geval door Joe Ruiz, die al 28 jaar bij deze organisatie werkt. Het waarom van hun organisatie is simpel: herstel, 'when that thing that used to kick my butt doesn't kick it so much anymore'. Bijbehorende activiteiten zijn onder andere:
  • het onder controle krijgen van symptomen zodat deze niet meer dominant zijn (al dan niet met inzet van medicatie als dat bijdraagt aan de kwaliteit van leven);
  • ontwikkelen van betekenisvolle activiteiten;
  • vergroten van kwaliteit van leven (inclusief bijbehorende risico's, onzekerheden en twijfels);
  • werken aan gemeenschapsbetrokkenheid;
  • aansluiten bij expertise van persoon, ter beschikking stellen van professionele kennis;
  • uitgaan van waar iemand gemotiveerd en enthousiast van wordt, 'a plan for getting started', eerder dan lange termijn doelstellingen. De opmerking 'that's not realistic' is verbannen, dat moeten mensen zelf maar ontdekken (en soms kan het wel).
Begeleiding wordt geboden door medewerkers met vele verschillende achtergronden, het zij als sociaal werker, peer worker, of juist van commerciële hoek. De relaties tussen deelnemers en medewerkers zijn gebaseerd op respect en wederkerigheid, wat ook betekend dat je als medewerker open moet staan voor emotionele verbondenheid. Openheid over eigen uitdagingen in het leven, groot of klein, vergemakkelijkt de relatie en wederkerig leren, 'sharing leads to trusting'. Expertise van deelnemers wordt uitgebreid gebruikt, op het gebied van hun eigen leven, maar ook op andere gebieden (bijvoorbeeld als iemand een achtergrond heeft in electrotechniek of klusjes). Dit houdt gelijkwaardigheid in stand. Lunch ruimte en toiletten worden gedeeld, er zijn weinig afgesloten ruimten, tenzij dat nodig is uit veiligheid (privacy gevoelige documenten, medicatie). Ook de werkplekken voor medewerkers zijn, als ze leeg zijn, te gebruiken door deelnemers. Van deelnemers én medewerkers wordt verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen, voor gevoelens, gedrag en grenzen 'own them and take them serious', verwijzing naar procedures, protocollen en labels worden niet geaccepteerd. In een aantal gevallen ontstaan er ook vriendschapsrelaties tussen deelnemers en medewerkers, wat gezien wordt als onderdeel van de werkwijze. 'We hug'. Ons is duidelijk wat we de vorige keer gemist hebben.

SHARE
Nog vol onder de indruk van the Village vertrekken we naar de organisatie Self Help And Recovery Exchange (SHARE). We worden ontvangen door Jason Robinson, programma directeur. SHARE heeft drie
locaties, waaronder het ‘hoofdkantoor’, waar we nu zijn. Terwijl we door het gebouw lopen, waar veel loungebanken staan, blijkt dat de ruimtes ook gebruikt worden om een uiltje te knappen: 'find a couch, get some sleep'. Jason vertelt vol trots dat ze nog nooit iemand uit één van de projecten van SHARE hebben hoeven te verwijderen.

In het gebouw is de centrale organisatie gevestigd en wordt daarnaast onderdak geboden aan honderden zelfhulpgroepen, die in kleinere en grotere ruimten bij elkaar komen, variërend van AA (in allerlei sub-groepen) tot LA Play & Script Reading. SHARE organiseert deze groepen niet zelf, maar biedt huisvesting en ondersteuning bij het organiseren, met een basisformat voor het organiseren van een groep en advisering in het positief omgaan met conflicten en groepsprocessen. SHARE vertrekt vanuit de helper-theorie, die stelt dat degene die het meest heeft aan helpen is degene die helpt. Daarom worden mensen aangemoedigd elkaar te helpen, in plaats van dat ze geholpen worden, om zo zelfwaardering, complimenten en positieve ervaringen verwerven. Dit bijvoorbeeld door mensen die nieuw zijn in een groep te vragen om de groep te leiden aan de hand van het groeps-handboek. Hiermee hebben ze een rol en doen ze een positieve ervaring op: ‘hey man, you did great’!

Naast het faciliteren van de zelfhulpgroepen biedt SHARE ook andere services. In hun Recovery Retreat (lijkend op een respijthuis) kunnen om en om een groep mannen en een groep vrouwen twee weken aan hun herstel werken. In het huis zijn twee peers werkzaam, ter facilitering. Zij doen ook de eerste orientatie met gasten, eerst individueel, daarna in de groep: wat willen jullie hier halen, leren? Doelstelling is de groep zoveel mogelijk zelf leidend te laten zijn, in praktische zaken en in groepsregels. Peers richten zich vooral op structuur en sfeer. De doelstelling is om mensen in een groep steunende contacten te laten ervaren en positief sociaal gedrag te leren, bijvoorbeeld door op een andere manier met conflicten om te gaan. Deelnemers zijn gewend dat mensen na een conflict uit hun leven vertrekken, hier leren ze daar anders mee om te gaan. Als peers proberen ze hier zoveel mogelijk volgend en ondersteunend op te stellen, ook soms letterlijk door op de grond te gaan zitten en de groep zelf het gesprek te laten voeren.

Een nieuw project van SHARE is collaborative housing. Voor de meeste daklozen is een zelfstandig appartement in L.A. niet betaalbaar met een uitkering. Daarom benadert SHARE particuliere huiseigenaren die een familiehuis (met vier of vijf slaapkamers) te huur of te koop hebben staan, met de vraag of zij deze willen verhuren aan vier of vijf daklozen. Samen kunnen deze de huur wel opbrengen, met behoud van voldoende leefgeld. De eigenaar krijgt meer huur dan dat hij het aan een familie zou verhuren en meer continuïteit, omdat er altijd een wachtlijst is. Wel betekend dit voor de eigenaar dat hij geen check kan doen op huurder (antecedenten, kredietgeschiedenis, etc.). Tot nu toe is er veel aanbod van huizen. SHARE koppelt aan een huis een peer die het proces van samenwonen begeleidt en mensen toe leidt naar lokale zelfhulpgroepen. Hij onderscheidt drie subgroepen in deelnemers. Eén groep neemt na dat ze een huis hebben gevonden weer contact op met familie of vrienden, soms na jaren, en trekt bij hen in. Een tweede groep heeft moeite met aarden in een huis en verhuist een aantal keer, of besluit ‘this is not for me’. Een derde groep schiet wortel, soms na jaren zwerven, en houdt stabiele huisvesting. Een uitdaging voor peers is dat zij tot op zekere hoogte moeten registreren wat er speelt in de huizen, terwijl dit de gelijkwaardigheid (ik schrijf over jou) in de weg staat.

Basis uitgangspunt voor SHARE zijn ‘tools of the trade’, richtlijnen waarin de basisprincipes van zelfhulp zijn uitgewerkt (tot op zekere hoogte hier beschreven en gebaseerd op o.a. het 12-stappen programma). Het lijkt op IPS, waar we vorig jaar over schreven, al is dat meer gericht op individuele ondersteuning. Het meest radicaal zijn de ‘no cross talk’ bijeenkomsten, waar mensen hun verhaal vertellen zonder dat anderen opmerkingen mogen maken of suggesties mogen doen. Binnen SHARE worden ook wel WRAP groepen aangeboden, maar hij vindt deze te veel georiënteerd op de facilitator. ‘At SHARE, everybody gets to help everybody’. Door de grote nadruk op gelijkheid, ontmoeten in zelfhulpgroepen ook mensen elkaar uit hele verschillende achtergronden, die elkaar ook buiten de groepen helpen, met praktische zaken, of een steuntje in de rug bij spannende gebeurtenissen. Mensen die niet zo goed weten waar te beginnen, kunnen meedoen aan een Rapid Recovery programma, waar aan de hand van de 8 dimensies van welzijn van SAMSHA gekeken wordt wat nodig is.

Jason beschrijft dat het van groot belang is om als peer niet in een conflict verzeild te raken, maar altijd meerzijdpartijdig te blijven. Hij geeft het voorbeeld van een vrouw die klaagt dat ze in haar bil is geknepen door een andere bezoeker. Volgens hem zou je in zo'n geval als peer de vrouw enerzijds de vrouw moeten haar erkennen in haar negatieve ervaring ('that must have been horrible') en tegelijkertijd tegen de beschuldigde, die ontkend, zeggen dat je zo blij bent dat het niet waar is en dat je al nooit dacht dat hij dat gedaan had, maar misschien is het toch handiger om uit haar buurt te blijven.

SHARE heeft veel moeite met het vinden van goede peers, maar stelt ook hoge eisen en heeft een uitgebreide wervingsaanpak. Jason vindt dat er nog geen goede opleiding is en dat veel van de huidige opleidingen teveel opleiden tot para-professionals. In vacatures vraagt SHARE om de ervaring die sollicitanten hebben met zelfhulp. Als een sollicitant daarin alleen beschrijft welke ervaring hij heeft met het begeleiden en faciliteren en zijn eigen ervaring als deelnemer buiten beschouwing laat, dan wordt hij niet geschikt bevonden. Ervaring met zelfhulp als deelnemer en deze ervaring kunnen en durven delen wordt als cruciaal gezien. Volgens Jason zijn er teveel ervaringsdeskundigen die menen te weten hoe herstel werkt.

Van peers wordt ook verwacht dat ze hun eigen issues onder controle kunnen houden. In de wervingsprocedures worden ze hier ook op bevraagd, bijvoorbeeld door te kijken hoe ze schakelen tussen het delen van een eigen traumatische ervaring en dan opeens over te schakelen naar een actuele situatie en door te kijken naar de congruentie van hun herstelverhaal. Daarnaast wordt ook gekeken in hoeverre ze aanwijzingen opvolgen, 'are you trainable?'

SHARE heeft zijn eigen trainingsmodulen ontwikkeld, omdat ze bij veel anderen vinden dat peers te veel in het reguliere medische model worden opgenomen, waarmee de ethiek van peer-support beschadigt raakt. Volgens Jason is binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg teveel stigma om goed herstelondersteunend te kunnen werken. Zelfs als dat niet zo zou zijn, vindt hij peer support (love) en professionele ondersteuning, hoewel allebei belangrijk, verschillende dingen. Hij gebruikt express het woord liefde, omdat hij dat als een cruciaal ingrediënt ziet voor herstelondersteuning. Dit vraagt veel van peers en daarom is het belangrijk dat zij aan zelfzorg werken.

Voor wie wil meer weten over zelfhulp in Nederland kan terecht bij zelfhulpnetwerken in bijvoorbeeld Brabant of Amsterdam of de onlangs verschenen publicatie Gesteund door zelfhulp lezen. Voor ons was het bezoek aan SHARE een goede manier om ons denken over zelfhulp, ervaringsdeskundigheid en herstelondersteuning weer op scherp te zetten, met dank aan de heldere visie van Jason. Als stille aanmoediging van zijn visie lopen we bij het naar buiten gaan langs de 'thank you May flowers, waarop mensen elkaar bedanken, voor van alles en nog wat.

SHARE was ons laatste werkbezoek in L.A., morgen vertrekken wij naar de Bay Area.