We have returned. Met een grotere groep dan de vorige keer, zeven in totaal, zijn we weer in de USA.
In de taxi op weg naar het hotel horen we een reclame op de radio: we can't fix the potholes, but we can give you a great deal on new tires. Tijdens een eerdere reis vroeg ik een van onze gastheren hoe het kan dat Amerikaanse wegen zo slecht zijn, ook in 'goede' wijken. Hij legde me uit dat Amerikanen liever extra geld betalen aan nieuwe banden dan investeren in goede wegen waar iedereen wat aan heeft.
Het is één van de vele paradoxen die dit land te bieden heeft. Een andere is dat is dat dit land 'of the free' zeer normatief is over hoe je je hoort te gedragen in je vrijheid. Het lokale openbaarsvervoersbedrijf is een beschavingscampagne begonnen, Courtesy Counts (beleefdheid telt). In alle metro's hangen posters met hoe je je courtesy kan tonen, bijvoorbeeld door vriendelijk te lachen terwijl je opstaat voor iemand anders. Deze en vele andere paradoxen staan beschreven in het boek dat Max Westerman schreef naar aanleiding van zijn tijd hier, wat ik met veel herkenning lees terwijl ik hier ben.
De komende vijf dagen ontmoeten we een groot aantal ervaringsdeskundigen,
sociaal werkers, docenten en onderzoekers. De komende dagen zullen we
van deze bezoeken verslag doen. Waar mogelijk proberen we ook weer korte filmpjes op te nemen.
Eerdere reisverslagen staan hier, de filmpjes van de eerste reis staan hier.
woensdag 8 april 2015
dinsdag 24 maart 2015
Who Knows?! Documentaire over ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid is online!
Steeds vaker brengen ervaringsdeskundigen hun kennis en ervaring in binnen de hulpverlening en het onderwijs. Maar wat is nu precies hun bijdrage? Die vraag staat centraal in de film 'Ervaringskennis'.
De documentaire toont hoe ervaringsdeskundigen zich inzetten in uiteenlopende beroepsprakijken als de geestelijke gezondheidszorg (GGz), de verslavingszorg en de maatschappelijke opvang. Binnen deze sectoren is steeds meer aandacht voor ervaringskennis van (voormalig) cliënten. Intussen is ervaringsdeskundigheid nog een relatief nieuw fenomeen. Om meer zicht te krijgen op relevante kwesties rondom de inzet van ervaringsdeskundigheid in de diverse beroepspraktijken is het Who Knows?!-project gestart met een RAAK-subsidie. De Hogeschool van Amsterdam (HvA), Arkin, GGz inGeest, HvO-Querido en het Instituut voor Gebruikers Participatie en Beleid (IGPB) werken hierin samen om opgedane ervaringen en kennis te verdiepen en te verspreiden. Doel is bovendien om de praktijken waarbinnen ervaringsdeskundigen worden ingezet verder te ontwikkelen. Dit initiatief is nu onderdeel van de Wmo-werkplaats Amsterdam. Meer informatie over dit onderwerp en de uitkomsten van het onderzoek zijn hier te vinden.
Deze documentaire is geschikt als inleiding voor (potentiële) ervaringsdeskundigen, onderwijs, professionals, beleidsmedewerkers en anderen die in dit onderwerp geïnteresseerd zijn. Onderdelen kunnen gebruikt worden om te bespreken ter verdieping.
De documentaire toont hoe ervaringsdeskundigen zich inzetten in uiteenlopende beroepsprakijken als de geestelijke gezondheidszorg (GGz), de verslavingszorg en de maatschappelijke opvang. Binnen deze sectoren is steeds meer aandacht voor ervaringskennis van (voormalig) cliënten. Intussen is ervaringsdeskundigheid nog een relatief nieuw fenomeen. Om meer zicht te krijgen op relevante kwesties rondom de inzet van ervaringsdeskundigheid in de diverse beroepspraktijken is het Who Knows?!-project gestart met een RAAK-subsidie. De Hogeschool van Amsterdam (HvA), Arkin, GGz inGeest, HvO-Querido en het Instituut voor Gebruikers Participatie en Beleid (IGPB) werken hierin samen om opgedane ervaringen en kennis te verdiepen en te verspreiden. Doel is bovendien om de praktijken waarbinnen ervaringsdeskundigen worden ingezet verder te ontwikkelen. Dit initiatief is nu onderdeel van de Wmo-werkplaats Amsterdam. Meer informatie over dit onderwerp en de uitkomsten van het onderzoek zijn hier te vinden.
Deze documentaire is geschikt als inleiding voor (potentiële) ervaringsdeskundigen, onderwijs, professionals, beleidsmedewerkers en anderen die in dit onderwerp geïnteresseerd zijn. Onderdelen kunnen gebruikt worden om te bespreken ter verdieping.
vrijdag 13 maart 2015
Netwerkbijeenkomst: het perfecte model van zelfbeheer als illusie
Zelfbeheer in de maatschappelijke opvang en GGZ, presentatie onderzoeksresultaten en bespreking verdere ontwikkeling
Op 20 november 2014
kwamen circa 40 deelnemers, ervaringsdeskundigen, ondersteuners,
beleidsmedewerkers en onderzoekers bijeen tijdens een netwerkbijeenkomst,
georganiseerd door de Wmo-werkplaats Amsterdam (onderdeel van de HvA), Eropaf!
en het Trimbos-instituut. Sinds 2009 doet de Wmo-werkplaats Amsterdam in
samenwerking met de praktijken in zelfbeheer (al dan niet in opzet), en met
Eropaf! en het Trimbosinstituut onderzoek naar de ontwikkeling van zelfbeheer
in de (residentiële) maatschappelijke opvang en GGZ.
Op 20 november 2014
kwamen circa 40 deelnemers, ervaringsdeskundigen, ondersteuners,
beleidsmedewerkers en onderzoekers bijeen tijdens een netwerkbijeenkomst,
georganiseerd door de Wmo-werkplaats Amsterdam (onderdeel van de HvA), Eropaf!
en het Trimbos-instituut. Sinds 2009 doet de Wmo-werkplaats Amsterdam in
samenwerking met de praktijken in zelfbeheer (al dan niet in opzet), en met
Eropaf! en het Trimbosinstituut onderzoek naar de ontwikkeling van zelfbeheer
in de (residentiële) maatschappelijke opvang en GGZ.
Deze bijeenkomst markeert
de afsluiting van het tweede jaar van het driejarige project “zelfbeheer in de
maatschappelijke opvang en ggz”, onderdeel van de Wmo-werkplaats Amsterdam. In dit project is gekeken naar hoe praktijken
in zelfbeheer worden vormgegeven, wat daar voor nodig is, wat betrokkenen
moeten kennen en kunnen en welke innovatieprocessen daarbij komen kijken. De
deelprojecten zijn grotendeels afgesloten en het project gaat zijn slotfase in.
Deze middag is georganiseerd om samen met deelnemers uit het onderzoek de stand
van zaken op te maken en gezamenlijk de overkoepelende analyse te starten.
Verschillende deelprojecten zijn tijdens
de bijeenkomst gepresenteerd:
- De interventiebeschrijving:
Maatschappelijke opvang in zelfbeheer, geschreven door Mathijs Tuynman en Max Huber (gepresenteerd door de eerste).
- Vooronderzoek naar voorzieningen in
zelfbeheer door jongeren met autisme tbv Fort K., door de HvA, gepresenteerd door Linde
Remmelink in samenwerking met Lennie Haarsma van the Care Factory.
- Praktijkbeschrijving
van het zorghotel Pitstop, geschreven en gepresenteerd door Wim Hellings
- Veilig Onderdak Voor En Door Jongeren(VOVEND-J), geschreven door Catelijne Akkermans, Ellen
Roeleveld en Max Huber, presentatie door de eerste. Eind 2012 is Kwintes in Almere begonnen met het voorbereiden van een crisisnachtopvang in zelfbeheer door voormalige zwerfjongeren voor zwerfjongeren. In dit onderzoek is onderzocht hoe betrokkenen samen vormgeven aan de nachtopvang in zelfbeheer en hoe zij dit ontwikkel- en uitvoeringsproces ervaren.
- Oud bewoners over hun ervaring in en na JeEigen Stek, geschreven door Catelijne Akkermans en Max
Huber, gepresenteerd door Catelijne Akkermans in samenwerking met oudbewoners
en mede-onderzoekers van JES. 'Oud-bewoners over hun ervaring in en na 'Je Eigen Stek' is een onderzoek naar de ervaringen van voormalig-daklozen bij het wonen in zelfbeheer. Bijzonder is dat huidige en oud-bewoners van Je Eigen Stek samen met studenten bij het onderzoek betrokken waren als mede-onderzoekers.
- Onderzoek naar het
ondersteunen van zelfbeheer, door de HvA, presentatie: Linde Remmelink en Elisa Passavanti.
Van een aantal deelprojecten
zijn de onderzoeken inmiddels gepubliceerd, deze zijn te downloaden door op de
link te klikken of via www.krachtwerkontour.nl, subpagina ‘Wij kunnen het beter’. Daar verschijnen
te zijner tijd ook de andere onderzoeksrapporten en de overkoepelende
producten. Nu al staan daar praktijkvoorbeelden, eerder onderzoek en
presentaties.
Discussie: het perfecte model van zelfbeheer als illusie
Discussie: het perfecte model van zelfbeheer als illusie
In het tweede uur
was er een discussie over de spanningen en dilemma's binnen zelfbeheer. Daarbij
ging het onder andere over:
- De organisatiestructuren en de omgang met macht binnen zelfbeheer;
- Varianten op zelfbeheer waar bij alleen de uitvoering in zelfbeheer is en de kaders en organisatiestructuur 'klassiek’ is.
- De verschillende modellen van zelfbeheer die elk hun eigen voors- en tegens hebben en dat het een illusie is om te denken dat je tot een (perfect) functionerend model kan komen.
- Het spannende aan zelfbeheer is dat wat het krachtig maakt, het ook kwetsbaar maakt.
- Tegelijkertijd is er vaak veel druk van buiten om onzekerheden aan te pakken en de vrijheid om bottom-up te organiseren in te perken.
- Er is binnen zelfbeheer een continu dilemma: hoe lang laat je iets doorgaan als het niet goed gaat, wanneer is de veiligheid in het geding of is het niet meer te verantwoorden naar de moederorganisatie toe om het in stand te houden?
- Huisje boompje (een voorziening in zelfbeheer in Deventer) is vrij snel na opening weer gesloten omdat management en uitvoerders het niet eens konden worden over een goede balans tussen veiligheid en openheid.
- Zelfbeheer is ook niet voor iedereen geschikt, er is ook een groepje dat echt leiding nodig heeft, maar om dit door middel van een intake te laten indiceren is erg lastig.
- In onderzoeken zeggen oud-bewoners: “ik heb het aan mij zelf te danken”, maar ondersteuners en ervaringsdeskundigen zien dat mensen elkaar ondersteunen, groepjes vormen, vaak wel van korte duur ( het is erg kwetsbaar). Hoe maak je dat zichtbaar met onderzoek?
- Binnen JES is veel aandacht voor materieel herstel en dit gaat vaak ook goed. Persoonlijk herstel (regie, hoop, zingeving, etc.) komt minder aan bod. Hier speelt een verschil tussen de maatschappelijke opvang en de GGZ, al wordt hierover binnen de GGZ ook niet altijd openlijk gesproken. De deelnemers van JES zijn niet gewend om met hun kwetsbaarheden om te gaan, daarnaast zit je bij JES erg op elkaars huid. Hoe dit verder op te pakken is onderwerp van discussie.
Informatie hierover is te volgen via www.krachtwerkontour.nl
maandag 19 januari 2015
Hogeschool Utrecht bezoekt Recovery colleges in London
Niet alleen wij gaan voor inspiratie op reis, ook onze collega's kennen de weg naar buitenland. Met dank aan Sascha daarom een gastbijdrage vanuit de de HU.
Door: Simona Karbouniaris, Jean Pierre Wilken, Martine Ganzevles en Tom Heywegen.
Sinds een jaar of drie onstaan overal in Engeland zogenaamde Recovery colleges. Dit zijn plaatsen waar mensen uit de GGZ en maatschappelijke opvang in het kader van hun herstelproces deel kunnen nemen aan allerlei cursussen, workshops en opleidingen.
...
In mei en september 2014 werd door CARe Europe in samenwerking met het lectoraat Participatie Zorg en Ondersteuning (onderdeel van de HU) een tweetal studiereizen georganiseerd naar Londen, om het concept van de Recovery Colleges van nabij te bekijken. In dit artikel wordt verslag gedaan van onze ervaringen. We besluiten met enkele mogelijkheden om het concept van de Recovery Colleges in Nederland toe te passen.
Lees meer
Door: Simona Karbouniaris, Jean Pierre Wilken, Martine Ganzevles en Tom Heywegen.
Sinds een jaar of drie onstaan overal in Engeland zogenaamde Recovery colleges. Dit zijn plaatsen waar mensen uit de GGZ en maatschappelijke opvang in het kader van hun herstelproces deel kunnen nemen aan allerlei cursussen, workshops en opleidingen.
...
In mei en september 2014 werd door CARe Europe in samenwerking met het lectoraat Participatie Zorg en Ondersteuning (onderdeel van de HU) een tweetal studiereizen georganiseerd naar Londen, om het concept van de Recovery Colleges van nabij te bekijken. In dit artikel wordt verslag gedaan van onze ervaringen. We besluiten met enkele mogelijkheden om het concept van de Recovery Colleges in Nederland toe te passen.
Lees meer
maandag 13 oktober 2014
Krachtwerkontour, part 2: Land of dreams (7, slot)
Fellow travelers
Amerika is een groot land, maar het groepje pioniers in ons vakgebied blijkt niet heel groot. Via verschillende routes komen wij in contact met Laysha Ostrow, post-doc onderzoekster bij de
Johns Hopkins School of Public Health en verbonden aan UCSF's Department of Psychiatry. Zij is mede oprichtster van het Lived Experience Research Network.
Hoewel ze nu nog in Boston woont, is ze toevallig in de Bay area om
hier te zoeken naar een woning en contacten op te zoeken (niet toevallig
o.a. PEERS en 2nd Story). Concrete aanleiding om af te spreken is het
onderzoek wat zij doet naar respite houses (samen met Bevin Croft van HSRI waar we vorig jaar waren), waarover zij net een dissertatie heeft afgerond (zie hier en hier
voor meer informatie over dit onderzoek). Tijdens de avond spreken we
over haar onderzoek, ons onderzoek, gezamenlijke kennissen, interessante
projecten, mogelijke samenwerkingen en over de combinatie van
onderzoeker zijn en eigen ervaring hebben. Een inspirerende ontmoeting,
waarop hopelijk snel een vervolg komt als Laysha naar Amsterdam komt.
Eigenlijk zouden we de volgende dag de initiatiefnemers van het Bay Area Mandala project ontmoeten (o.a. Michael Cornwall) maar door persoonlijke omstandigheden aan hun kant gaat deze ontmoeting helaas niet door. Hopelijk een volgende keer.
Wat nemen we mee
De vorige keer dat wij in Amerika waren hebben wij gezamenlijke een stuk geschreven over wat we meenamen uit onze reis (laatste hoofdstuk in dit boekje). Deze keer een minder uitgebreide reflectie. Naast de vele specifieke inzichten, inspiratie en bemoedigende contacten zijn twee punten die overall zeer opvallen zijn: de positieve insteek die in het DNA van Amerikanen lijkt te zitten, samen met de grote focus op hiërarchische positie.
Amerika, zoals wij dat hebben leren kennen, is zonder twijfel het land waar iedereen kan dromen van zijn of haar grote doorbraak, ook, of misschien zelfs wel juist, na een crisis. Herstel sluit in die zin goed aan bij de mentaliteit van dit land. Tegelijkertijd blijft onvoorstelbaar hoe belangrijk positie is. Als de CEO of directeur spreekt, is de rest stil (only speak when spoken to). Ook in bijvoorbeeld restaurants is meteen duidelijk: degene bij de deur die je een tafel wijst is hoger in status dan degene die je bestelling opneemt, die weer hoger is dan degene die je bestelling brengt. Zelfs binnen peer-run organisaties komt dit terug. De afstand tussen uitvoerende medewerkers en de directie is misschien minder groot, maar het verschil in status is overduidelijk. Een stap omhoog in de hiërarchie, betekend ook een stap omhoog van je voormalige lotgenoten.
De andere kant van de medaille daarvan is: it could be you. Iedereen kan die stap maken (althans in theorie). Dat begint met het focussen op krachten, talenten en prestaties. Het model van the Village, waar deelnemers die iets bereiken een Golden Duckie, applaus en publieke erkenning krijgen, is in de Nederlandse context moeilijk voor te stellen. Tegelijkertijd zie je dat de mensen die het applaus krijgen een boost ervaren. Met één van de Amerikanen spraken wij over meritocratie, in Nederland
een stevig bekritiseerd concept (‘we willen geen diplomademocratie’). In
Amerika gaat het, in ieder geval volgens de mensen die wij erover
spraken, veel meer over het ontdekken van de eerder genoemde krachten en
talenten en die aanmoedigen. Op mijn vraag wat dit voor effect heeft op
mensen die (ogenschijnlijk) in een minder krachtige omgeving zitten,
was het antwoord: iedereen kan iets en iedereen kan daarmee een
succeservaring hebben (en nog een en nog een).
In jeugdzorg en pedagogiek is het positief opvoeden, het prominent benoemen van wat goed gaat en daar zoveel mogelijk op focussen, zeer prominent aanwezig. Met kinderen is het belang hiervan duidelijk en voor een deel ook natuurlijk (‘wat knap dat je dat al kan’). In kracht-/herstelgerichte benaderingen voor volwassen (strength-based, WRAP) is dit ook de bedoeling, maar het lijkt wat contrair aan onze socialisatie. Het voelt overdreven, ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Het is hier moeilijk voor te stellen dat we elke week een uur applaudisseren voor een ieder in onze gemeenschap die iets positiefs heeft meegemaakt. Waarom eigenlijk?
Amerika is een groot land, maar het groepje pioniers in ons vakgebied blijkt niet heel groot. Via verschillende routes komen wij in contact met Laysha Ostrow, post-doc onderzoekster bij de
Johns Hopkins School of Public Health en verbonden aan UCSF's Department of Psychiatry. Zij is mede oprichtster van het Lived Experience Research Network.
Hoewel ze nu nog in Boston woont, is ze toevallig in de Bay area om
hier te zoeken naar een woning en contacten op te zoeken (niet toevallig
o.a. PEERS en 2nd Story). Concrete aanleiding om af te spreken is het
onderzoek wat zij doet naar respite houses (samen met Bevin Croft van HSRI waar we vorig jaar waren), waarover zij net een dissertatie heeft afgerond (zie hier en hier
voor meer informatie over dit onderzoek). Tijdens de avond spreken we
over haar onderzoek, ons onderzoek, gezamenlijke kennissen, interessante
projecten, mogelijke samenwerkingen en over de combinatie van
onderzoeker zijn en eigen ervaring hebben. Een inspirerende ontmoeting,
waarop hopelijk snel een vervolg komt als Laysha naar Amsterdam komt. Eigenlijk zouden we de volgende dag de initiatiefnemers van het Bay Area Mandala project ontmoeten (o.a. Michael Cornwall) maar door persoonlijke omstandigheden aan hun kant gaat deze ontmoeting helaas niet door. Hopelijk een volgende keer.
Wat nemen we mee
De vorige keer dat wij in Amerika waren hebben wij gezamenlijke een stuk geschreven over wat we meenamen uit onze reis (laatste hoofdstuk in dit boekje). Deze keer een minder uitgebreide reflectie. Naast de vele specifieke inzichten, inspiratie en bemoedigende contacten zijn twee punten die overall zeer opvallen zijn: de positieve insteek die in het DNA van Amerikanen lijkt te zitten, samen met de grote focus op hiërarchische positie.

Amerika, zoals wij dat hebben leren kennen, is zonder twijfel het land waar iedereen kan dromen van zijn of haar grote doorbraak, ook, of misschien zelfs wel juist, na een crisis. Herstel sluit in die zin goed aan bij de mentaliteit van dit land. Tegelijkertijd blijft onvoorstelbaar hoe belangrijk positie is. Als de CEO of directeur spreekt, is de rest stil (only speak when spoken to). Ook in bijvoorbeeld restaurants is meteen duidelijk: degene bij de deur die je een tafel wijst is hoger in status dan degene die je bestelling opneemt, die weer hoger is dan degene die je bestelling brengt. Zelfs binnen peer-run organisaties komt dit terug. De afstand tussen uitvoerende medewerkers en de directie is misschien minder groot, maar het verschil in status is overduidelijk. Een stap omhoog in de hiërarchie, betekend ook een stap omhoog van je voormalige lotgenoten.
De andere kant van de medaille daarvan is: it could be you. Iedereen kan die stap maken (althans in theorie). Dat begint met het focussen op krachten, talenten en prestaties. Het model van the Village, waar deelnemers die iets bereiken een Golden Duckie, applaus en publieke erkenning krijgen, is in de Nederlandse context moeilijk voor te stellen. Tegelijkertijd zie je dat de mensen die het applaus krijgen een boost ervaren. Met één van de Amerikanen spraken wij over meritocratie, in Nederland
een stevig bekritiseerd concept (‘we willen geen diplomademocratie’). In
Amerika gaat het, in ieder geval volgens de mensen die wij erover
spraken, veel meer over het ontdekken van de eerder genoemde krachten en
talenten en die aanmoedigen. Op mijn vraag wat dit voor effect heeft op
mensen die (ogenschijnlijk) in een minder krachtige omgeving zitten,
was het antwoord: iedereen kan iets en iedereen kan daarmee een
succeservaring hebben (en nog een en nog een).In jeugdzorg en pedagogiek is het positief opvoeden, het prominent benoemen van wat goed gaat en daar zoveel mogelijk op focussen, zeer prominent aanwezig. Met kinderen is het belang hiervan duidelijk en voor een deel ook natuurlijk (‘wat knap dat je dat al kan’). In kracht-/herstelgerichte benaderingen voor volwassen (strength-based, WRAP) is dit ook de bedoeling, maar het lijkt wat contrair aan onze socialisatie. Het voelt overdreven, ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Het is hier moeilijk voor te stellen dat we elke week een uur applaudisseren voor een ieder in onze gemeenschap die iets positiefs heeft meegemaakt. Waarom eigenlijk?
Krachtwerkontour, part 2: Bay of growth (6)
Na het bezoek aan 2nd Story hebben we een afspraak bij het California Social Work Education
Center (CALSWEC), een aan Berkeley gelieerd instituut. CALSWEC is een samenwerkingsverband van sociaal werk opleidingsinstituten (waaronder de USC) en grote werkgevers (waaronder veel lokale overheden). We ontmoeten daar Chris Mathias en Barrett Johnson, directeur van het instituut en hoofd van de trainingsafdeling. Via de telefoon praat Sandhya Hermon mee, zij doet onderzoek naar de werkomgeving van sociaal werkers. Naast sociaal werk algemeen richt CALSWEC zich specifiek op geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg en ouderen. CALSWEC richt zich zowel op het opleiden van nieuwe sociaal werkers als het bieden van deskundigheidsbevordering, o.a. om ervoor te zorgen dat sociaal werkers gefinancierd worden. Een grote uitdaging daarbij is dat Californië veel verschillende overheden (o.a. staat, county, gemeente, etc.) en andere financiers (fondsen, zorgverzekeraars) kent, die elk hun eigen criteria en registratiesystemen hebben. Over het algemeen is de registratiegraad en het opleidingsniveau van sociaal werkers laag, Dit komt ook doordat er veel bezuinigd moet worden in de praktijk, waarbij de budgetten voor deskundigheidsbevordering snel sneuvelen. Onderwijs moet dan sneller en goedkoper, waarbij er druk op de onderwijsinstituten wordt uitgeoefend om professionals te laten slagen. De academische cycli en de drukte van het werkveld zorgen dan soms voor spanningen. CALSWEC probeert partnerships te vormen om hier tegenkracht aan te bieden. Dit ook door het instellen van een Advisory board, samengesteld uit belangrijke werkveldpartners en lokale overheden.
CALSWEC werkt ook veel aan e-learning, maar wil ook graag meer internationale uitwisseling faciliteren. Dit maakt de professionalisering van sociaal werkers sterker, en is daarom voor ons een mooi voornemen om mee naar huis te nemen.
Krachtwerkontour, part 2: Bay of stories (5)
Na ons bezoek aan PEERS gister vandaag een tweede ‘herbezoek’, dit keer aan 2nd Story. Vorig jaar waren wij erg onder de indruk van dit peer-run respit house. Door het jaar heen kreeg ik berichten uit Santa Cruz dat er een aantal verschuivingen hadden plaatsgevonden, waarmee de interesse gewekt was om nogmaals op bezoek te gaan. Ik ontmoet in het huis o.a. Yana, Chris, Alex en Darcy, samen met anderen wiens naam ik helaas niet opgeschreven heb. Gezamenlijk vertegenwoordigen zij een doorsnee van de verschillende rollen binnen 2nd Story: externe beleidsmedewerker, (leidinggevende) peer-supporters en gasten.
De belangrijkste wijziging ten opzichte van vorig jaar is dat Rigel Flaherty, de teammanager van vorig jaar, vertrokken is en er nu gewerkt wordt met ‘shared-leadership’, door vier van de peersupporters, die elk een gedeelte van het management doen. Dit is maar een klein gedeelte van hun aanstelling, maar soms wel een lastige combinatie, omdat ze in verschillende rollen zitten en soms tegen frustrerende zaken aanlopen. Naast deze vier zijn er nog veertien andere peer workers in het huis actief.
Een belangrijk leerpunt voor de peerworkers was dat ‘having lived experience does not guarantee shared values and needed skills’. Dit was een moeizaam leerproces, waarbij ook de implementatie van de waarden, voor zover die gedeeld waren, lastig bleek. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de relatie tussen trauma’s die mensen hebben meegemaakt en gedrag wat daaruit voorkomt, hoeveel ruimte is daarvoor, zeker als dat gedrag voor andere mensen weer trauma’s oproept (bijvoorbeeld schreeuwen of met deuren slaan)? En in het verlengde daarvan: welke ruimte is er voor trauma’s van medewerkers, zeker als die bijvoorbeeld versterkt worden door gedrag van gasten? Eén van de peerworkers is hier heel duidelijk over: ‘you should have your shit together’. Een van de peerworkers die terug begon te schreeuwen tegen een bezoeker is ontslagen.
Gedurende het gesprek ontstaat er een discussie tussen de mensen van 2nd Story over de fysieke inrichting van het huis. Omdat het echt een huis is, zijn er geen afgesloten ruimtes om een privé gesprek te voeren, een besloten groep te organiseren of even uit te razen. Sommigen missen dit en denken dat hierdoor de druk in de groep oploopt. Anderen vinden juist dat dat de kracht is van 2nd Story, dat alles open is en dat je er met elkaar uit moet komen. In het verlengde van dat laatste wordt ook juist zeer gewaardeerd door alle betrokkenen dat er geen echt kantoor is. Openheid over eigen uitdagingen helpt ook om schaamte voor eigen uitdagingen te verminderen, omdat mensen vaak denken dat zij de enige zijn die ergens mee zitten.
Toch beperkt deze openheid de ruimte voor mensen ‘who need to act out’. Medewerkers proberen hier wel in te bemiddelen, maar voor sommige mensen is hierdoor geen plek. Wel worden dit soort incidenten aangegrepen om als groep een gesprek te hebben over tolerantie naar mensen die ergens door heen gaan. Andere mogelijkheden zijn het starten van groepen om om te gaan met ‘anger issues’. Tegelijkertijd roept dat bij anderen weer de associatie op met weekly meetings binnen institutionele zorg. Het gevolg is dat er soms meer, soms minder groepen zijn. Eén van de huidige gasten vind het fijn dat de groepen ‘optional’ zijn en dat je ook aan de rand kan zitten luisteren.
Ook in de relatie met de moederorganisatie zitten spanningen. De moederorganisatie eist duidelijke regels die ook preventief geformuleerd worden, terwijl de peer workers liever open regels formuleren, die ruimte bieden voor dialoog en tweede kansen. Dat is ‘critical for learning and growth’. 2nd Story moet een ‘safe environment for trying new choices’ zijn, wat haaks staat op bureaucratische richtlijnen voor omgang met bijvoorbeeld grensoverschrijdend gedrag.
Als stimulans om een lerende organisatie te blijven participeert 2nd Story in een onderzoek, uitgevoerd door HSRI, naar de effectiviteit van haar functioneren. Voorlopige uitkomsten lijken uit te wijzen dat 2nd Story van toegevoegde waarde is voor deelnemers en o.a. het aantal ziekenhuisopnames vermindert. Ook uit de verhalen de vorige keer en nu blijkt dat 2nd Story voor veel gasten een plek blijft waar ze heen willen, in plaats van dat ze gedwongen worden. ‘It’s a step-up facility.....for when I’m in need of a community.'
Abonneren op:
Posts (Atom)

