zaterdag 27 september 2014

De kleurrijke Franca Matina Bar Cultural

Geen witte muren en artsen in lichtblauwe kledij, maar een kleurrijke bar en binnenterras waar gasten kunnen lunchen. Franca Matina was een strijder voor de humanisering van de medische psychiatrie en tegen het geweld van institutionalisering binnen de psychiatrie. Deze bar is naar hem vernoemd.

Franca Matina Bar Cultural is een lunchcafe en biedt een heerlijke daghap aan, gemaakt en geserveerd door mensen met een psychiatrische achtergrond. Enkele van hen wonen op henzelf, andere verblijven in een nazorghuis. Samen, met ondersteuning van sociaal werkers, runnen zij de lunchroom. Op deze manier probeert FMBC ook de kwetsbaren op te nemen in de samenleving. 

De bar is ook een locatie waar men culturele activiteiten kan organiseren. Te denken valt aan besprekingen, filmdebat, theater, muziek, boekbesprekingen, et cetera. Zo probeert FMBC de rechten van het socio-culturele individu, groep en collectieven te verbeteren door het bieden van ruimten waar men kritisch mag denken.


En tot slot is het ook een gallerij voor de creatievelingen onder hen. Schilderen, kunstwerken en boeken, gemaakt door de buurt of mensen met een psychiatrische achtergrond, worden tentoongesteld en zijn te koop. Een van de sociaal werkers die daar werkt hoort ons praten en wijst ons op een boek die iemand heeft geschreven: 'Een vrouw is niet geboren als hoer'. Binnenkort is een manifestatie tegen de onderdrukking van vrouwen en wij zijn uitgenodigd om mee te lopen.  

Nieuwe wet verbiedt de bouw van nieuwe gekkenhuizen


Vandaag bezoeken wij Hospital Alvear, een psychiatrisch ziekenhuis. Het ziekenhuis ligt buiten de stad in een rustige omgeving. De bus stopt voor de deur. Het eerste wat wij zien is een grote witte muur met een groene hek. Bij de hek staat een bewaker. Eenmaal door de hekken komen wij op een groot terrein met verschillende witte gebouwen die allemaal een andere functie hebben: zaal voor mannen, zaal voor vrouwen, zaal voor adolescenten, crisiszaal, et cetera. De gebouwen worden gescheiden van wegen en grasvelden met hier en daar wat bomen.


Het eerste gebouw dat wij binnenlopen is een oude klooster. Dit is het gebouw waar de directie is gevestigd. Daar krijgen wij de presentatie die wordt gegeven door net afgestudeerde sociaal werkers. In de geestelijke gezondheidszorg is men bezig met een paradigmawisseling. Er is een nieuwe wet aangenomen die het bouwen van nieuwe gekkenhuizen verbiedt en dat in 2020 alle gekkenhuizen gesloten moeten zijn. In Buenos Aires zijn nog twee gekkenhuizen met 1000 bedden in elk. Een voor mannen, de ander voor vrouwen. Doel is om deze mensen uit de instituties te halen en in huizen in de gemeenschap te plaatsen. Hoe zij dat doen blijft onduidelijk. Er zijn enkele nazorghuizen waar men kan verblijven om weer te 'leren leven'. Maar zo zeggen zij ook: "Voor de gemiddelde inwoner van Buenos Aires is het al moeilijk te ontplooien en zij hebben beschikking tot basismiddelen. Laat staan psychiatrische patienten die zijn uitgesloten van de samenleving." Dit ziekenhuis is in ieder geval innovatief, zo stellen zij: "In dit ziekenhuis hebben wij verschillende zalen en in vergelijking met andere psychiatrische ziekenhuizen hebben wij veel professionals." Ter illustratie: in een vrouwenzaal met 30 bedden werken twee sociaal werkers, vijf psychologen, vijf psychiaters, en twee bezigheidstherapeuten. 

Uniek aan dit psychiatrisch ziekenhuis is dat zij een opleiding tot specialist aanbieden aan afgestudeerde sociaal werkers die gaan werken in de geestelijke gezondheidszorg. Men moet een examen doen en eenmaal toegelaten, duurt de opleiding drie jaar. Het is een betaalde opleiding met in totaal twee studenten per jaar. Daarnaast werken nog veertien andere sociaal werkers in het ziekenhuis. Gedurende de opleiding werken de studenten in de verschillende zalen zodat zij ervaring opdoen met de verschillende problematieken. Na deze opleiding moeten zij het ziekenhuis verlaten. Interessant is dat in dit ziekenhuis de medici, psychologen én sociaal werkers evenveel verdienen. Volgens de personen die ons de presentatie geven zorgt dit voor gelijkwaardigheid binnen de verschillende disciplines.

Doel van de sociaal werker in het ziekenhuis is het verbeteren van de situatie van de patient, zoals contact onderhouden met andere organisaties, zorgen voor geld voor de zorg, administratieve en juridische ondersteuning, en ondersteunen bij sociale vaardigheden. Daarnaast worden de sociaal werkers gevraagd voor consult om een sociaal perspectief aan de overige disciplines te geven. "Want wij werken hier interdiscplinair", zo wordt gezegd. 

De professionals werken samen in hetzelfde kantoor. Zodra wij een kijkje nemen in het kantoor zien wij allerlei mappen van 'patiënten' op de tafel liggen. De professionals drinken samen mate thee en kletsen gezellig wat. 'Dat is een van onze krachten, samen in kantoor zijn, mate drinken en samen de voortgang van de patienten bespreken', zegt een van hen. "Is het echt allemaal zo rooskleurig, die gelijkwaardigheid tussen de disciplines?", vragen wij ons af. "Natuurlijk hebben wij ook discussies en is er soms een machtsstrijd bezig.",  zegt een van de sociaal werkers. "Maar die gaan wij graag aan", vult een ander haar aan.


Na het kantoorbezoek lopen wij de zaal voor adolescenten binnen. Het is net lunchtijd en de adolescenten staan in een rij te wachten, totdat een man in een witte kokspak met haarnetje het eten schept op de borden. Hij valt in het niets door de witte muren en lichtgekleurde vloer. Aan de muren hangt weining, behalve de huisregels. Daarna krijgen wij een toer door de slaapzalen. Open kamers met zes bedden per ruimte. We krijgen ook wat andere zalen te zien voordat wij weer richting de uitgang gaan. Eenmaal weer bij de hekken stormt een vrouw de receptie binnen. "Ik loop hier GVD vijf uur te wachten en jullie doen hier aan toerisme! Wat is dit GVD!?" De medische arts ter plaatse roept direct de beveiliging er bij. Wij krijgen nog even de buitenkant van het klooster te zien, want die is o zo prachtig. 




maandag 22 september 2014

Krachtwerkontour, part 2: Bay of love (4)

Ons eerste bezoek in de Bay Area is bij Lisa Smusz van PEERS, waar wij vorig jaar ook waren en we het prachtige filmpjes ‘It’s all just us’ opnamen, wat wij sindsdien al vaak gebruikt hebben. Na een lange dag autorijden (ruim 650 km van L.A. naar Oakland), worden we hartelijk ontvangen door Lisa, met nieuwe shirts. Vorig jaar kregen we shirts met de tekst: Love > labels, dit jaar is de slogan: Love more, judge less. Een fijne binnenkomst.

PEERS is niet alleen een fijne plek om tijd door te brengen, maar ook een plek om ons te laten adviseren over WRAP. Dit voorjaar hebben we in het kader van het implementatieplan van de Wmo-werkplaats een doorstart gemaakt met het Amsterdamse netwerk gericht op de ontwikkeling van ervaringsdeskundigheid en herstelondersteuning. Eerder is binnen dit netwerk onderzoek gedaan naar de inzet van WRAP als middel om dit te stimuleren en te ontwikkelen (zie ook de beschrijving in de Who Knows?! publicatie ‘Ervaringen met de inzet van ervaringsdeskundigheid’). In dit project willen we de beschikbaarheid van herstelondersteuning vergroten, ook voor andere groepen buiten de GGZ, ook door te kijken welke rol professionals hierbij hebben en hoe we dit in het onderwijs kunnen integreren. PEERS is de first International WRAP Center of Excellence, een mooie plek om ons te laten inspireren.

PEERS wordt veel gevraagd om voorlichting te geven aan professionals over WRAP en heeft daarom besloten een aangepaste WRAP training te ontwikkelen, voor het werken aan welzijn in de omgang met ‘secondary trauma’s’. De gedachte is professionals vaak dag in dag uit geconfronteerd worden met de ellende van hun cliënten, zonder dat ze goed weten hiermee om te gaan. Daarom maken ze in deze training een eigen WRAP om manier voor zichzelf en met elkaar te bedenken hoe ze aan hun welzijn kunnen werken in dit soort situaties. Hiermee maken zij tegelijk kennis met wat WRAP is en betekend door ervarend leren. De doelstelling is dat hiermee enerzijds het bereik van WRAP vergroot wordt en anderzijds dat het aantal burn-outs bij professionals vermindert wordt. In het verlengde hiervan wordt ook gekeken in hoeverre WRAP binnen ‘primary health care’, de eerstelijnszorg, aangeboden kan worden, om het zelfmanagement en zelfsturing in welzijn en gezondheidszorg te bevorderen. Dit vanuit de gedachte dat dat leidt tot een betere gezondheid.

Naast algemene WRAP groepen biedt PEERS ook voor specifieke groepen programma’s. Voor een gedeelte is dit op basis van culturele achtergrond (Latino, African-American), maar twee andere programma’s zijn voor ons interessant. De eerste is voor mensen met huisvestingsproblematiek, zowel voor mensen die dreigen hun huis te verliezen, in een opvang verblijven of die weer in een huis gaan wonen. Daarbij werken ze onder andere samen met huisvestingsorganisaties, waarbij bijvoorbeeld de organisatie WRAP aanbiedt aan huurders met huisvestingsproblemen. PEERS biedt ook voorlichting over welzijn en zelfmanagement voor huisbazen, eigenaren en beheerders, om hun inzicht daarin te vergroten.

In de WRAP groepen voor mensen met huisvestingsproblematiek gaat de aandacht vaak uit naar meer basale aspecten van welzijn (met Maslow in gedachten), hoe welzijn te behouden op straat of in het samenwonen met anderen in transtitional housing. Daarbij gaat het ook om praktische aspecten en tips, hoe kan je verder komen, waar kan je welke ondersteuning krijgen, etc. ‘Meet them where they are, start with urgent needs, go deeper from there’. Opvallend is dat de basis opzet van WRAP goed aansluit, maar dat de thema’s en de taal anders is. Daarbij is het van belang dat de facilitator deze aansluiting kan maken en bij voorkeur een gelijke achtergrond heeft.

PEERS heeft samen met het Copeland Center een aangepast programma gemaakt voor wat zij noemen Transitional Age Youth (TAY), jongeren in de overgang van jeugd naar volwassenheid. Daarbij werken zij veel samen met lokale universiteiten om WRAP groepen aan te bieden aan studenten die op campus wonen of in studentenhuisvesting en uitdagingen hebben met het op zich zelf wonen, de nieuwe sociale context en of alle nieuwe eisen die aan ze gesteld worden. De groepen worden gefaciliteerd door jongeren die zelf in deze fase zitten en door PEERS opgeleidt worden en vervolgens vanuit PEERS de groepen draaien, voor in ieder geval een jaar.

PEERS is ooit begonnen met algemene WRAP groepen, maar heeft door de jaren heen steeds meer diversificatie aangebracht, in thema’s en gebieden. Invalshoek is wel altijd geestelijke gezondheid, daarvoor worden ze ook gefinancierd, al zouden ook graag aandacht besteden aan structurele armoede. De fundamenten van WRAP zijn voor veel groepen, eigenlijk voor iedereen, bruikbaar, maar moeten per groep aangepast worden. PEERS doet dit door twee of drie ‘voorlopers’ uit een bepaalde gemeenschap te betrekken en op te leiden tot facilitator (gratis, in ruil voor het committment om een jaar bij PEERS te werken). PEERS heeft zelf zes advanced level facilitators, die andere facilitators mogen opleiden. Deze facilitators werven vervolgens via community outreach anderen voor wie WRAP zou kunnen helpen. Na onze afspraak gaan we samen met Lisa eten, op het Alameda Island, en filosoferen we over internationale samenwerking en over het bezoek wat Lisa hopelijk binnenkort aan Amsterdam komt brengen.

Voor wie meer wil weten over WRAP: veel is te lezen en te zien via de bibliotheek van het Copeland Center. Op deze website houden wij ook een overzicht bij, zie hier links onder ‘Zelfhulp’.

zaterdag 20 september 2014

"Of je het leuk vindt of niet, ik ga weer naar school"

Op ongeveer drie uur reisen, komen wij aan in de provincie El Tigre. We bezoeken een NGO voor en door vrouwen in de buurt voor de buurt. Het ligt in een rode zone, d.w.z. dat de ambulance daar niet komt vanwege hun eigen veiligheid. "Wie daar als toerist binnenfietst, fietst er weer naakt uit.", zegt een van de vrijwilligsters die daar ook als militante (politieke activist) werkt. Het geeft een indruk wat armoede en honger met de mens kan doen, zo wordt ons verteld. En het meest bizarre van deze buurt is dat het letterlijk naast een gate community ligt. Rijke mensen, omringd door een muur. Het lijkt wel een gevangenis, niet om mensen binnen te houden, maar buiten.

Emancipatie van de vrouw
"Kinderen worden hier ziek omdat zij geen toegang hebben tot schoon drinkwater. Dat is toch niet eerlijk? Hiermaast is een gate community en zij hebben alles!", zegt een van de vrouwen. "Iedereen zou evenveel moeten hebben." Een andere vrouw gaat verder: "Ik ben ook een militante, en wij doen aan politiek om de buitenwereld te laten weten hoe zij ons behandelen hier." Even later vertelt zij over het machismo in Argentinië. Machismo wil zeggen dat mannen zich negatief opstellen tegenover de rechten van de vrouw en hebben traditionele opvattingen over de rolverdeling in het gezin. Veel vrouwen in deze buurt hebben te maken met huiselijk geweld.  "Daarom strijden wij tegen onderdrukking en voor gelijke rechten, voor emancipatie van vrouwen en de buurt." Als wij vragen vanuit welke waarden zij handelen, vertellen de vrouwen dat zij in een samenleving geloven waarin iedereen evenveel krijgt. "Net zoals in het socialistische Venezuela. Het is niet een ideaal, maar we refereren er wel naar in ons werk". In onze ogen een nogal opmerkelijke uitspraak, aangezien Venezuela niet bepaald een welvarend land is.

Educatie en eethuis
De organisatie is een eethuis. De meeste huishoudens hebben geen schoon water en elektriciteit noch geld. Daarom verzorgt deze organisatie voor 50 families en 400 individuen eten. Maar het voornaamste doel van deze NGO is educatie voor de buurt. Het gaat om alledagelijkse handelingen tot aan lesgeven aan straatkinderen en vrouwen die de basisschool niet hebben afgemaakt. "Met educatie bedoelen we het creëren van een bewustzijn en kennis van rechten zodat wij sterk staan tegenover de onderdrukkers zoals mannen en de politie." Met trotst vertelt een van de vrouwen: "Na veel twijfel en moeite heb ik besloten om mijn school af te maken en te gaan studeren. Mijn man was daar op tegen, maar ik zei, "of je het leukt vindt of niet, ik ga weer naar school"." Het was even wennen voor haar man zegt ze, want opeens had niet alleen hij het meer voor het zeggen in huis.

Actievoeren tegen onderdrukking
Om onderdrukking tegen te gaan hebben zij allerlei manieren om politieke actie te voeren. Zij zijn enorm geinspireerd door het werk van P. Freire. Ze vertellen dat het regelmatig gebeurt dat jonge vrouwen verdwijnen of zelfs door de politie worden meegenomen om seksueel te worden misbruikt. De politie onderneemt pas na 48 uur actie. Daarom gaan een groep vrouwen van deze organisatie de buurt in om de vermiste persoon te zoeken, en gaan protesteren bij de politie om hen op hun rechten te wijzen.

Wanneer een vrouw stelselmatig wordt mishandeld thuis, gaan de vrouwen - met toestemming van de betreffende persoon - met een groep naar haar huis toe. Met een megafoon gaan zij voor het huis staan schreeuwen zodat de hele buurt weet dat de man zijn vrouw mishandeld. Hopelijk stopt hij dan de mishandeling en hopen zij dat andere mannen ook stoppen om te voorkomen dat zij het volgende 'slachtoffer' worden van deze actie.

Ideaal en praktijk
Een van de doelen van deze organisatie is om zo onafhankelijk mogelijk te zijn van de overheid. Toch voeren zij actie door met kinderen in tenten voor het Ministerie van Sociale Ontwikkeling te gaan kamperen om subsidie te krijgen om hun situatie verbeteren. "Maar veel is het niet", zegt de vrouwelijke militant. "Daarom maken wij met buurtbewoners meubels om die vervolgens te verkopen. Alleen zo komen wij aan extra geld om dit te financieren." Het schetst de tegenstellingen van haar socialistische idealen en de harde realiteit dat geld nodig is om armoede te bestrijden.





Opleiding Sociaal Werk aan de Universiteit van Buenos Aires

"Als wij in staat
waren ons te verenigen,
hoe mooi zou
de toekomst zijn."
Ernesto Che Guevara
Bij het binnenlopen van de faculteit Sociale Wetenschappen kan men niet heen om de door de student gemaakte posters met beroemde uitspraken. "Het is kenmerkend voor deze Universiteit", zegt Nicolás Rivas, opleidingsmanager Sociaal Werk. In de lokalen, de kantine, overal is de creativiteit van de faculteit te zien. Vandaag leren wij de opleiding Sociaal Werk kennen.

De faculteit Sociale Wetenschappen kent vijf opleidingen: Sociologie, Politicologie, Communicatiewetenschappen, Human Resources en Sociaal Werk. De opleiding Sociaal Werk heeft 1600 studenten. 

Curriculum Opleiding Sociaal Werk
De bachelor duurt vijf jaar en is gestructureerd in twee cycli, een taalcursus en de scriptie. Cyclus Fundamentele Basiskennis (CFB) kent zes hoofdvakken: Introductie in kennis van samenleving en overheid, Introductie in wetenschappelijk denken, Sociologie, Antropologie, Economie en Psychologie. Cyclus Beroepsopleiding (CB) is opgedeeld in twee trajecten: Traject Generalistische Vorming en Traject Specialistische Vorming.

In het traject Generalistische Vorming leert de student relevante klassieke theorieën om het sociale leven te begrijpen. Het traject bestaat uit zeven hoofdvakken: Epistemologie van sociale wetenschappen, Sociale filosofie, Sociologie, Sociale antropologie 1, Institutionele psychologie, Ontwikkelingspsychologie en Rechten. 

"De dingen zijn niet altijd zo,
ze zijn tijdelijk zo en wij gaan ze veranderen."
P. Freire
Het traject Specialistische Vorming is opgedeeld in drie subtrajecten:
1) Socio-historisch-politiek (acht vakken): Sociale geschiedenis Argentinië, Economisch beleid, Argentijnse sociale problemen, Sociaal denkbeeld Latijns-Amerika, Sociale antropologie 2, Staat en beleid, Sociaal beleid, Socio-demografische studies. 

2) Theorie, methodiek en uitvoering (10 vakken): Fundamenten en geschiedenis van het sociaal werk 1 en 2, Onderzoeksmethodologie 1 en 2, Sociaal werk en planning, Planning in regionale en nationale scenario's, Sociaal werk, territorium en gemeenschap, Sociaal werk en groepsprocessen, Sociaal werk, families en alledaagse leven, Interventies. 

3) Pre-professionele vaardigheden. In de laatste vier jaar van de opleiding volgt de student workshops waarin de student interventietechnieken leert toepassen. In jaar 2, 3, en 4 loopt de student vier uur per week stage bij verschillende instituties en organisaties. Daarnaast worden drie keuzevakken aangeboden waarin de student zich kan specificeren. 

Omdat veel onderzoek in een andere taal dan Spaans wordt geschreven, moeten de studenten een andere taal tot niveau drie leren (Engels of Portugees). Tot slot maakt de student een scriptie ter afronding van de bachelor. Daar beginnen zij mee in het vierde jaar.

In vergelijking met andere landen
Al gauw raken wij in gesprek over de verschillende manieren van opleiden in de verschillende landen. Wat het meeste opvalt is dat deze opleiding veel breder, algemener en abstracter is, dan die uit Europa of de VS. Daar worden meer specifieke vakken gegeven zodat de student meer kennis heeft van theorieën en methodieken over verschillende problematieken. Op deze manier worden de studenten beter voorbereid op de praktijk. De opleiding hier legt meer nadruk op het doen van onderzoek. Ook als men in een organisatie gaat werken verwacht men dat diegene zelf onderzoekt doet naar de specifieke doelgroep, theorie en behandeling. Daarom is de taalcursus verplicht. En zoals eerder benoemd, het politieke bewustzijn.

Politiek georiënteerd
Socialistische Jeugd. Nieuw Links. Van 11 tot 13 oktober
Nationale Ontmoeting van Vrouwen. Kom met
ons de straat op. Samen Links. 
Overal in de faculteit hangen linkse uitspraken. Veel studenten zijn militantes (politieke activisten) en lid van een politieke partij. Daarom vraag ik Nicolás Rivas hoe de school bijdraagt aan dit politiek bewustzijn. Is dit iets waar  men van huis uit mee opgroeit vanwege de geschiedenis? Of leren de studenten zo te denken? Of hebben de docenten grote invloed op de politieke keuze van de studenten? Helaas wordt dit mij niet duidelijk, maar ik krijg de indruk dat de docenten meer sturend zijn in het denken dan zou moeten.

Wanneer ik met Alicia (gastgezin), die zelf ook sociaal werker is, over deze demonstraties praat heeft zij een duidelijke mening: "Met een ideologie demonstreren voor het congres, verandert men niet de thuissituatie. De overheid geeft op dit moment geen prioriteit aan de sociale problemen in het land. Het is bezig met het zwartmaken van de VS vanwege de economische situatie. En het geld wordt uitgegeven aan twee dingen: propaganda en het vullen van eigen zakken. Sociaal werkers moeten leren op lokaal niveau de situatie te verbeteren."





woensdag 17 september 2014

"De wet is rijk in haar geschrift, maar niet in haar uitvoering."

"Wij zijn van CIF", zei een sociaal werker uit de VS. "CIF staat voor Council of International Fellowship. Zij organiseren internationale uitwisselingsprogramma's voor sociale professionals die werken in zorg en welzijn". En dankzij dit werkbezoek, dat een jaar geleden plaatsvond bij Je Eigen Stek, ben ik in contact gekomen met deze organisatie. Ik koos voor een studiereis naar Argentinië, Buenos Aires.

Met in totaal zes professionals uit Turkije, Zweden, Duitsland, Spanje, VS en ik, hebben wij inderdaad een internationale groep. Wij verblijven ieder bij twee verschillende gastgezinnen om de Argentijnse cultuur én de stad Buenos Aires zo goed mogelijk te leren kennen. In de stad Buenos Aires wonen bijna drie miljoen mensen. 

Ons programma bestaat uit werkbezoeken bij allerlei organisaties, ministeries, projecten en historische musea. In de laatste week van de drie in totaal is het programma toegespitst op zijn of haar specialiteit. In mijn geval GGZ en MO. Om de werkbezoeken beter in context te plaatsen is het handig om enige kennis te hebben van het land.

Casa Rosada de Gobierno
Militaire dictatuur
In Argentinië heerste van 1976 tot 1983 een militaire dictatuur. De 'junta' was verantwoordelijk voor de onwettige arrestatie, marteling, moord of gedwongen verdwijning van duizenden mensen (meestal vakbondsmedewerkers, studenten en andere activisten). Tijdens deze dictatuur zijn volgens mensenrechtenorganisaties ongeveer 30.000 
mensen verdwenen. 

Plaza de Mayo
Economische crisis
Voorafgaand aan de staatsgreep was het land totaal ontwricht geraakt, doordat de overheid met haar socialistische beleid de economie had vernietigd en haar ambtenaren niet meer kon betalen. In de periode van de militaire dictatuur zijn de schulden opgelopen voor het bekostigen van o.a. de Falklandoorlog. In de jaren 90 was de Argentijnse economie stabiel, maar had het land nog steeds een hoge staatsschuld. Uiteindelijk werd Argentinië in 2001 failliet verklaard. Onder leiding van de IMF scholden de buitenlandse crediteuren 70% van de schulden kwijt. 

Niet alle schuldeisers gingen echter akkoord en een Amerikaanse rechtbank veroordeelde Argentinië tot het betalen van 1,33 miljard dollar voor december 2012. De president kreeg uitstel, maar is nog steeds niet in staat de schuld terug te betalen. Nu dreigt opnieuw een technisch faillissement waardoor Argentinië toegang tot de dollarmarkten verliest.

Geld wisselen, van US dollars naar Argentijnse peso's, doe ik dan ook op de zwarte markt. De bank geeft voor 1 USD ongeveer 8,4 ARS. Op de zwarte markt kan dat oplopen tot 15 ARS, want veel Argentijnen hebben dollars nodig voor werk of om te reizen. 

Dakloosheid
Ten tijde van de crisis in 2001 kwamen tussen de dertig- en veertigduizend Argentijnen letterlijk op straat te leven. De werkloosheid bedroeg op haar hoogtepunt bijna 25 procent. Nu, zo werd ons verteld bij de Ministerie van Sociale Ontwikkeling, rond de 6%. Hoewel de ambtenaren tijdens ons bezoek bij de Ministerie van Sociale Ontwikkeling een positief beeld schetsten van de situatie, vertelt de straat een ander verhaal. Waar men niet omheen kan zijn de talloze mensen die op straat leven. Wanneer voor vele de werkdag begint, liggen mannen, vrouwen én kinderen nog midden op straat op matrassen te slapen. Door de armoede worden wij door onze gastgezinnen en organisatoren van CIF dan ook continu geattendeerd te waken voor berovingen op straat. Dat Argentinië nog een lange weg te gaan heeft realiseert ook een ambtenaar van het Ministerie van Werk: "De wet is rijk in haar geschrift, maar niet in haar uitvoering."

Professioneel Advies voor Afgestudeerden in het Sociaal Werk
Een van onze eerste werkbezoeken is bij het Professioneel Advies voor Afgestudeerden in het Sociaal Werk (PAASW). Dit is vergelijkbaar met de Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werkers (NVMW). Alle afgestudeerden zijn verplicht zich in te schrijven bij het PSAAW. De jaarlijkse contributie bedraagt 650 ARS (€60,-). Het PAASW biedt gratis trainingen aan, juridische ondersteuning bij geschillen met de werkgever, en hebben een vakblad, Facebook en nieuwsbrief. In totaal zijn bij het PAASW in Buenos Aires 3300 professionals ingeschreven. Net als in Nederland, heeft het PSAAW een beroepscode. In dit boekje staat de wet van het sociaal werk en de beroepsethiek vastgelegd.

In Argentinië is het sociaal werk vastgelegd in de nationale wet (nr. 23.377). Deze wet definieert het sociaal werk, de functie van het beroep én wat het PSAAW moet doen omdat zij het sociaal werk reguleren. De afgelopen decennia hebben grote sociale, economische en politieke veranderingen plaatsgevonden. Deze ontwikkelingen hebben invloed op de professionalisering van het beroep. Een van de pijlers van de PSAAW is het ontwikkelen van een sterk sociaal-politieke bewustzijn onder de professionals. Het PSAAW leert de professionals de politiek te analyseren en onderzoek te doen. Dit 
is belangrijk om de discussie aan te gaan met de politiek over de situatie van de kwetsbare burgers. Daarom onderhoudt het PSAAW het contact met de professionals om te peilen wat zij belangrijke thema's vinden in het werkveld.

Om de positie van de sociaal werker te verstevigen biedt het PSAAW juridische ondersteuning bij geschillen met de werkgever, bijvoorbeeld over het salaris. Dit kan verschillen per organisatie. Men streeft naar gelijke salariëring. In sommige organisaties verdienen bijvoorbeeld de sociaal werkers evenveel als de andere disciplines zoals psychologen of juristen. 

Het komt nog regelmatig voor dat sociaal werkers taken worden opgedragen die in conflict zijn met hun beroepsethiek of de wet. Daarom heeft het bestuur van het PSAAW regelmatig vergaderingen met de directeuren van organisaties over de positie van de sociaal werker.


"Wij strijden voor openbaar onderwijs"
Rechten van de mens
Vanwege de geschiedenis van Argentinië besteedt de overheid veel aandacht aan de rechten van de mens. Na een periode van dictatuur moest de democratie weer worden opgebouwd. Het sociaal werk is daarom nauw verbonden met de rechten van de mens. De professionals van de organisaties die wij tot nu toe hebben bezocht, refereren continu naar de deze rechten.

International Federation of Social Workers heeft een handleiding voor opleidingen om studenten te leren werken met en vanuit de rechten van de mens.

vrijdag 11 juli 2014

Krachtwerkontour, part 2: City of gold (en duckies) (3)

Op de laatste dag van ons bezoek aan L.A. bezoeken wij twee organisaties, the Village en SHARE. Beiden zeer inspirerend en daarom een wat langer verslag.

The Village 
Velen die hoorden dat wij vorig jaar door Amerika trokken op zoek naar beloftevolle praktijken drongen ons aan om the Village te bezoeken. Door miscommunicatie en omstandigheden is dat toen niet gelukt, wat ons op veel hoongelach kwam te staan van Amerikanen en anderen. Daarom waren wij er dit jaar extra op gebrand dit project te bezoeken. The Village wordt door vele geroemd als één van de voorlopers in de ontwikkeling van hedendaags denken en werken aan herstelondersteuning, sinds 1990. The Village is onderdeel van Mental Health America Los Angeles, waar ook Project Return veel mee samenwerkt.

Op woensdagochtend is er wekelijks een communitymeeting, waar iedereen die betrokken is bij the Village of simpelweg geinteresseerd is samen komt om en met elkaar nieuws, aankondigingen, ontwikkelingen en hoogtepunten deelt. Zonder dat we het weten is onze aanwezigheid hierbij aangekondigd en terwijl wij wat zoekend door de gang binnenkomen horen we aan het eind van de gang '... some guys from Amsterdam we're supposed to be here, but I don't see them'. Vertwijfeld lopen wij door, om in een afgeladen kantine terecht te komen, waar wij ontvangen worden met luid applaus door de 100 aanwezigen en we ons mogen voorstellen. De bijeenkomst wordt geleid door een charmante dame die met veel humor iedereen stimuleert om mee te doen en vooral te blijven lachen. Aan het eind blijkt dat ze hier serieus over is, want twee gasten die niet genoeg gelachen hebben moeten samen met haar dansen, zodat ze alsnog een glimlach op hun gezicht krijgen.

We nemen plaats naast Paul Barry, directeur van the Village. Hij vertelt deze meetings geinspireerd zijn door het oude gebruik in New England om townhall meetings te houden, waar dorpsbewoners elkaar informeel ontmoeten om de stand van zaken te bespreken, zonder daar verder een formeel besluit over te nemen. Aanwezigen vandaag vertellen over een leuke farmersmarket om de hoek, de lekkere koekjes van de eigen bakkerij (waarvan we een doos meekrijgen) en persoonlijke successen. Jim vertelt zijn verhaal van bezoeker aan the Village, tot bezorger bij het cateringsbedrijf. Zijn collega zegt: 'he always was dependable, he just forgot it, and now he remembers'. Iedereen die wil mag wat zeggen en als blijkt dat een paar mensen jarig zijn wordt een cacafonische, meer stemmige, zeer valse maar erg liefdevolle versie van 'happy birthday' ingezet. We maken ook kennis met het fenomeen 'golden duckies'. Met enige regelmaat worden deze golden duckies uitgereikt, aan mensen die een milestone hebben bereikt, klein of groot, op welk gebied dan ook, om met elkaar vooruitgang te vieren en anderen te inspireren. Ook in andere opzichten wordt gebruikt gemaakt van onderling leren. Zo is bijvoorbeeld de keuken zo ingericht dat mensen die in de kantine zitten zo de keuken in kijken, daar vrienden aan het werk zien en dan soms denken: 'he, dat wil ik/kan ik ook'.

Niet alle verhalen deze ochtend zijn vrolijk, één van de medewerkers vertelt hoe hij recentelijk geslagen is door een deelnemer en zijn twijfels over dit incident. Enerzijds snapt hij de achtergrond van het incident,
anderzijds is de cultuur van non-violence van groot belang. Vanwege eerdere incidenten is de persoon in kwestie geschorst, maar dit staat haaks op de filosofie van the Village, die als een 'island of misfits' een 'place for everybody' wil zijn. Waar kan je nog terecht als je hier niet meer past? 'Some people are to dangerous for us to be welcoming to, but it's a hard reality.' Om toch op een positieve noot te eindigen wordt een spelletje gespeeld waarbij deelnemers een vraag krijgen over the Village en als ze het goed antwoorden een koekje van de bakkerij krijgen. 'Smile, and you'll get a smile back'.

The Village krijgt zoveel verzoeken voor bezoek, dat zij maandelijks een voorlichting organiseren over achtergrond, opzet en werkwijze, in ons geval door Joe Ruiz, die al 28 jaar bij deze organisatie werkt. Het waarom van hun organisatie is simpel: herstel, 'when that thing that used to kick my butt doesn't kick it so much anymore'. Bijbehorende activiteiten zijn onder andere:
  • het onder controle krijgen van symptomen zodat deze niet meer dominant zijn (al dan niet met inzet van medicatie als dat bijdraagt aan de kwaliteit van leven);
  • ontwikkelen van betekenisvolle activiteiten;
  • vergroten van kwaliteit van leven (inclusief bijbehorende risico's, onzekerheden en twijfels);
  • werken aan gemeenschapsbetrokkenheid;
  • aansluiten bij expertise van persoon, ter beschikking stellen van professionele kennis;
  • uitgaan van waar iemand gemotiveerd en enthousiast van wordt, 'a plan for getting started', eerder dan lange termijn doelstellingen. De opmerking 'that's not realistic' is verbannen, dat moeten mensen zelf maar ontdekken (en soms kan het wel).
Begeleiding wordt geboden door medewerkers met vele verschillende achtergronden, het zij als sociaal werker, peer worker, of juist van commerciële hoek. De relaties tussen deelnemers en medewerkers zijn gebaseerd op respect en wederkerigheid, wat ook betekend dat je als medewerker open moet staan voor emotionele verbondenheid. Openheid over eigen uitdagingen in het leven, groot of klein, vergemakkelijkt de relatie en wederkerig leren, 'sharing leads to trusting'. Expertise van deelnemers wordt uitgebreid gebruikt, op het gebied van hun eigen leven, maar ook op andere gebieden (bijvoorbeeld als iemand een achtergrond heeft in electrotechniek of klusjes). Dit houdt gelijkwaardigheid in stand. Lunch ruimte en toiletten worden gedeeld, er zijn weinig afgesloten ruimten, tenzij dat nodig is uit veiligheid (privacy gevoelige documenten, medicatie). Ook de werkplekken voor medewerkers zijn, als ze leeg zijn, te gebruiken door deelnemers. Van deelnemers én medewerkers wordt verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen, voor gevoelens, gedrag en grenzen 'own them and take them serious', verwijzing naar procedures, protocollen en labels worden niet geaccepteerd. In een aantal gevallen ontstaan er ook vriendschapsrelaties tussen deelnemers en medewerkers, wat gezien wordt als onderdeel van de werkwijze. 'We hug'. Ons is duidelijk wat we de vorige keer gemist hebben.

SHARE
Nog vol onder de indruk van the Village vertrekken we naar de organisatie Self Help And Recovery Exchange (SHARE). We worden ontvangen door Jason Robinson, programma directeur. SHARE heeft drie
locaties, waaronder het ‘hoofdkantoor’, waar we nu zijn. Terwijl we door het gebouw lopen, waar veel loungebanken staan, blijkt dat de ruimtes ook gebruikt worden om een uiltje te knappen: 'find a couch, get some sleep'. Jason vertelt vol trots dat ze nog nooit iemand uit één van de projecten van SHARE hebben hoeven te verwijderen.

In het gebouw is de centrale organisatie gevestigd en wordt daarnaast onderdak geboden aan honderden zelfhulpgroepen, die in kleinere en grotere ruimten bij elkaar komen, variërend van AA (in allerlei sub-groepen) tot LA Play & Script Reading. SHARE organiseert deze groepen niet zelf, maar biedt huisvesting en ondersteuning bij het organiseren, met een basisformat voor het organiseren van een groep en advisering in het positief omgaan met conflicten en groepsprocessen. SHARE vertrekt vanuit de helper-theorie, die stelt dat degene die het meest heeft aan helpen is degene die helpt. Daarom worden mensen aangemoedigd elkaar te helpen, in plaats van dat ze geholpen worden, om zo zelfwaardering, complimenten en positieve ervaringen verwerven. Dit bijvoorbeeld door mensen die nieuw zijn in een groep te vragen om de groep te leiden aan de hand van het groeps-handboek. Hiermee hebben ze een rol en doen ze een positieve ervaring op: ‘hey man, you did great’!

Naast het faciliteren van de zelfhulpgroepen biedt SHARE ook andere services. In hun Recovery Retreat (lijkend op een respijthuis) kunnen om en om een groep mannen en een groep vrouwen twee weken aan hun herstel werken. In het huis zijn twee peers werkzaam, ter facilitering. Zij doen ook de eerste orientatie met gasten, eerst individueel, daarna in de groep: wat willen jullie hier halen, leren? Doelstelling is de groep zoveel mogelijk zelf leidend te laten zijn, in praktische zaken en in groepsregels. Peers richten zich vooral op structuur en sfeer. De doelstelling is om mensen in een groep steunende contacten te laten ervaren en positief sociaal gedrag te leren, bijvoorbeeld door op een andere manier met conflicten om te gaan. Deelnemers zijn gewend dat mensen na een conflict uit hun leven vertrekken, hier leren ze daar anders mee om te gaan. Als peers proberen ze hier zoveel mogelijk volgend en ondersteunend op te stellen, ook soms letterlijk door op de grond te gaan zitten en de groep zelf het gesprek te laten voeren.

Een nieuw project van SHARE is collaborative housing. Voor de meeste daklozen is een zelfstandig appartement in L.A. niet betaalbaar met een uitkering. Daarom benadert SHARE particuliere huiseigenaren die een familiehuis (met vier of vijf slaapkamers) te huur of te koop hebben staan, met de vraag of zij deze willen verhuren aan vier of vijf daklozen. Samen kunnen deze de huur wel opbrengen, met behoud van voldoende leefgeld. De eigenaar krijgt meer huur dan dat hij het aan een familie zou verhuren en meer continuïteit, omdat er altijd een wachtlijst is. Wel betekend dit voor de eigenaar dat hij geen check kan doen op huurder (antecedenten, kredietgeschiedenis, etc.). Tot nu toe is er veel aanbod van huizen. SHARE koppelt aan een huis een peer die het proces van samenwonen begeleidt en mensen toe leidt naar lokale zelfhulpgroepen. Hij onderscheidt drie subgroepen in deelnemers. Eén groep neemt na dat ze een huis hebben gevonden weer contact op met familie of vrienden, soms na jaren, en trekt bij hen in. Een tweede groep heeft moeite met aarden in een huis en verhuist een aantal keer, of besluit ‘this is not for me’. Een derde groep schiet wortel, soms na jaren zwerven, en houdt stabiele huisvesting. Een uitdaging voor peers is dat zij tot op zekere hoogte moeten registreren wat er speelt in de huizen, terwijl dit de gelijkwaardigheid (ik schrijf over jou) in de weg staat.

Basis uitgangspunt voor SHARE zijn ‘tools of the trade’, richtlijnen waarin de basisprincipes van zelfhulp zijn uitgewerkt (tot op zekere hoogte hier beschreven en gebaseerd op o.a. het 12-stappen programma). Het lijkt op IPS, waar we vorig jaar over schreven, al is dat meer gericht op individuele ondersteuning. Het meest radicaal zijn de ‘no cross talk’ bijeenkomsten, waar mensen hun verhaal vertellen zonder dat anderen opmerkingen mogen maken of suggesties mogen doen. Binnen SHARE worden ook wel WRAP groepen aangeboden, maar hij vindt deze te veel georiënteerd op de facilitator. ‘At SHARE, everybody gets to help everybody’. Door de grote nadruk op gelijkheid, ontmoeten in zelfhulpgroepen ook mensen elkaar uit hele verschillende achtergronden, die elkaar ook buiten de groepen helpen, met praktische zaken, of een steuntje in de rug bij spannende gebeurtenissen. Mensen die niet zo goed weten waar te beginnen, kunnen meedoen aan een Rapid Recovery programma, waar aan de hand van de 8 dimensies van welzijn van SAMSHA gekeken wordt wat nodig is.

Jason beschrijft dat het van groot belang is om als peer niet in een conflict verzeild te raken, maar altijd meerzijdpartijdig te blijven. Hij geeft het voorbeeld van een vrouw die klaagt dat ze in haar bil is geknepen door een andere bezoeker. Volgens hem zou je in zo'n geval als peer de vrouw enerzijds de vrouw moeten haar erkennen in haar negatieve ervaring ('that must have been horrible') en tegelijkertijd tegen de beschuldigde, die ontkend, zeggen dat je zo blij bent dat het niet waar is en dat je al nooit dacht dat hij dat gedaan had, maar misschien is het toch handiger om uit haar buurt te blijven.

SHARE heeft veel moeite met het vinden van goede peers, maar stelt ook hoge eisen en heeft een uitgebreide wervingsaanpak. Jason vindt dat er nog geen goede opleiding is en dat veel van de huidige opleidingen teveel opleiden tot para-professionals. In vacatures vraagt SHARE om de ervaring die sollicitanten hebben met zelfhulp. Als een sollicitant daarin alleen beschrijft welke ervaring hij heeft met het begeleiden en faciliteren en zijn eigen ervaring als deelnemer buiten beschouwing laat, dan wordt hij niet geschikt bevonden. Ervaring met zelfhulp als deelnemer en deze ervaring kunnen en durven delen wordt als cruciaal gezien. Volgens Jason zijn er teveel ervaringsdeskundigen die menen te weten hoe herstel werkt.

Van peers wordt ook verwacht dat ze hun eigen issues onder controle kunnen houden. In de wervingsprocedures worden ze hier ook op bevraagd, bijvoorbeeld door te kijken hoe ze schakelen tussen het delen van een eigen traumatische ervaring en dan opeens over te schakelen naar een actuele situatie en door te kijken naar de congruentie van hun herstelverhaal. Daarnaast wordt ook gekeken in hoeverre ze aanwijzingen opvolgen, 'are you trainable?'

SHARE heeft zijn eigen trainingsmodulen ontwikkeld, omdat ze bij veel anderen vinden dat peers te veel in het reguliere medische model worden opgenomen, waarmee de ethiek van peer-support beschadigt raakt. Volgens Jason is binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg teveel stigma om goed herstelondersteunend te kunnen werken. Zelfs als dat niet zo zou zijn, vindt hij peer support (love) en professionele ondersteuning, hoewel allebei belangrijk, verschillende dingen. Hij gebruikt express het woord liefde, omdat hij dat als een cruciaal ingrediënt ziet voor herstelondersteuning. Dit vraagt veel van peers en daarom is het belangrijk dat zij aan zelfzorg werken.

Voor wie wil meer weten over zelfhulp in Nederland kan terecht bij zelfhulpnetwerken in bijvoorbeeld Brabant of Amsterdam of de onlangs verschenen publicatie Gesteund door zelfhulp lezen. Voor ons was het bezoek aan SHARE een goede manier om ons denken over zelfhulp, ervaringsdeskundigheid en herstelondersteuning weer op scherp te zetten, met dank aan de heldere visie van Jason. Als stille aanmoediging van zijn visie lopen we bij het naar buiten gaan langs de 'thank you May flowers, waarop mensen elkaar bedanken, voor van alles en nog wat.

SHARE was ons laatste werkbezoek in L.A., morgen vertrekken wij naar de Bay Area.