maandag 14 januari 2013

It has to come from all directions, CTI & School of Social Work Hunter college

Via het C4SI zijn we in contact gekomen met Dan Herman en Sally Conover. Zij hebben veel onderzoek gedaan naar Critical Time Intervention. Dit is een case-management methode die mensen begeleidt vanuit een onstabiele leefsituatie (straat, opvang, ziekenhuis) naar een stabiele leefsituatie (een eigen huis). De methode wil deze transitie zo goed en duurzaam mogelijk laten verlopen en brengt de persoon in kwestie daarna in contact met community support. Met behulp van het CTI Global Network coördineren zij verder onderzoek en bieden zij training en coaching. Dit netwerk is gelieerd aan de Silberman School of Social Work, onderdeel van Hunter college en werkt voor de trainingsonderdelen samen met C4SI. Beiden gesprekspartners zijn ook aan de opleiding verbonden, Dan als associate dean.

In Amerika is Social Work vooral een master opleiding. Op bachelor niveau kunnen wel vakken gevolg worden, maar in de praktijk hebben de meeste social workers een master. In New York zijn er zes graduate schools, waar studenten hun master kunnen halen. De Silberman School waar wij nu zijn, is de enige publiek gefinancierde, waardoor de studentenpopulatie hier etnisch diverser is en meer van uit achterstandsgemeenschappen komt. In het eerste jaar hebben ze ongeveer 500 studenten. Een gedeelte daarvan heeft zelf een (openlijke) achtergrond als peer en is binnengekomen via bijvoorbeeld Howie the Harp, waar we gister waren.
  
In het onderwijs is steeds meer aandacht voor recovery, peer support en dergelijke, en worden ook peers als gastdocenten ingezet. Als studenten vervolgens in de praktijk komen, blijkt dat ze niet zoveel kunnen met die kennis. De praktijk is gemiddeld genomen erg conservatief en staat niet open voor nieuwe ideeën van studenten. Het systeem waarbinnen de zorg georganiseerd is, remt ook innovatie af. Bijvoorbeeld door peer support niet te erkennen als te financieren zorg. Dan en Sally waarschuwen ons dan ook dat wij vooral de krenten in de pap bezoeken en dat het zorgsysteem als geheel nog lang niet zover is. Daarom is het belangrijk zoveel mogelijk krachten dezelfde kant op te bewegen, het moet van alle kanten komen. Door studenten nieuw op te leiden. Door uitvoerende professionals bij te scholen. Door managers te overtuigen. En een belangrijke impuls zou zijn als de financiers hun financiering zo zouden aanpassen dat organisaties niet anders kunnen dan herstelondersteunend te gaan werken. Daar ligt een belangrijke schakel.

Een van de manieren om de beweging aan te jagen is het CTI netwerk, om wereldwijd ervaringen te delen, bijvoorbeeld ook met derde wereld landen, waar geëxperimenteerd wordt met 'taskshifting'. Dit richt zich op het leren van basisvaardigheden van zorg en hulp aan niet-professionals of andersoortige professionals, er van uitgaand dat para-professionals beter zijn dan geen professionals. 'Train who is available'. Twee andere voor ons interessante projecten zijn 'Bridges' en 'Fair weather lodge'. Voor het eerste project zijn peers getraind in CTI. Vervolgens zijn zij frequente bezoekers van emergency services gaan identificeren, om ze vervolgens casemanagement aan te bieden om uit de 'revolving door' van straat en crisis te komen. Zo fungeren zij als brug tussen de personen en de formele ondersteuning. De resultaten hiervan waren veelbelovend. Het tweede project richt zich op het versterken van sociale banden van dak- en thuislozen. Die vormen vaak binnen opvang sociale banden met andere bewoners. Zodra ze zelfstandig gaan wonen verdwijnen deze banden. Het 'Fair weather lodge' programma probeert dit te ondervangen door groepen bewoners gezamenlijke huisvesting te bieden. Zodra een groep zich vormt, werken zij toe naar gezamenlijke uitstroom. In beide gevallen gaat het erom de transitie naar stabiele huisvesting zo goed mogelijk vorm te geven.
Dan en Sally proberen via het netwerk een verandering te stimuleren in praktijk, onderwijs en onderzoek, een inspiratie voor het werk dat wij doen in Nederland. Als aanmoediging daarvoor zagen wij in de centrale hal van het gebouw een grote foto, die we graag met jullie delen:


zaterdag 12 januari 2013

'I used to be homeless, now I am the director of' Howie the Harp Peer Advocacy Center

Howie the Harp Peer Advocacy Center is een peer-run bureau dat werkgelegenheid biedt aan mensen met een psychiatrische achtergrond. Howie the Harp (HtH) gelooft sterk in de mogelijkheden van mensen met een psychiatrische achtergrond. Een psychische aandoening betekent niet het einde van het individuele vermogen en recht op een betaalde baan. HtH gelooft dat mensen met psychische aandoeningen, met de juiste ondersteuning en individuele dienstverlening, succesvol kunnen werken. In hun visie is werk een belangrijke onderdeel van het herstelproces. De programma's zijn zodanig ingericht dat ze consumers helpen bij het integreren van werk in hun persoonlijk herstel.

De Peer Training Program is hun vlaggenschip, en is voor mensen met een psychiatrisch achtergrond die willen werken in de hulp- en dienstverlening en hun eigen ervaring willen inzetten om andere te helpen in het herstelproces binnen de geestelijke gezondheidszorg. De studenten van de HtH volgen zes maanden een 'in-class' training en drie maanden stage met supervisie. Deze opleiding is gratis voor studenten, financiering komt van lokale en federale overheid en private fondsen. Wel zijn er elk half jaar maar 40 plekken, waarvoor zich 90 kandidaten melden. Deze worden uitgebreid gescreend op geschiktheid. Afgestudeerden krijgen arbeidsbemiddeling en blijvende ondersteuning van de staf van HtH. Afgestudeerden werken als peer specialists, peer advocates, service coördinators, case managers, outreach workers, job coaches en andere soorten posities waar zij de kwaliteit van leven van andere 'consumers' kunnen bevorderen. Howie the Harp is ook in Nederland, Rotterdam gevestigd. Zij hebben een video gemaakt van de opening.

HtH Peer Training Program focust op vaardigheidstraining, en sollicitatietraining. De klas biedt plek voor 40 studenten en omvat meer dan 500 uur training. Tijdens de lessen leren de studenten didactische vaardigheden, groepsactiviteiten, en rollenspellen. De thema's van de lessen zijn:
  • Peer Wellness and Coaching (including W.R.A.P.)
  • Cultural Competence
  • Harm Reduction
  • Self Determination
  • Peer Advocacy and Activism
  • Group Facilitation and Leadership Skills
  • Writing for Human Services
  • Resume Writing and Interview Skills
  • Computer Literacy
We ontmoeten Dwayne Mayes, de directeur van HtH. Hij heeft zelf ervaring met dak- en thuisloosheid problematiek en heeft een verslavingsachtergrond. Ooit student van HtH, nu directeur van de opleiding. Het is een inspirerende man, met een sterke visie. Hij geeft een voorbeeld die zijn visie weergeeft op het bejegenen van mensen met een psychiatrisch achtergrond. Tijdens de lessen trainen ze de studenten met solliciteren. Hij vertelt over een rollenspel, waarbij de docent de sollicitant vraagt zich voor te stellen. De student begint met: "Hi, I'm Peter and when I was 14 when I was diagnosed with schizofrenia". Op dat moment grijpt de docent gelijk in om de student te corrigeren. 'You are not your illness.' Dit voorbeeld schets hoe studenten zich identificeren met hun diagnose. Daar begint de training, door te stellen dat zij niet hun diagnose zijn. Want ook met diagnose, kunnen zij passies, hobby's, talenten en werkervaring hebben.
Dwayne gaat verder met voorbeelden geven. Studenten die te laat de les binnenkomen en hun diagnose als excuus gebruiken, worden resoluut de deur gewezen. Zij mogen wachten tot na de pauze. Dwayne geeft een voorbeeld: "I have to take the train at 6.45am to get at work on time. So when I am late, the train will leave without me. There is no excuse."Hij is hier heel duidelijk in. Willen studenten zich net als andere werknemers behandeld worden, zullen zij zichzelf ook anders moeten gaan zien. Dat betekent hun eigen identiteit bijstellen. Zij zullen zichzelf moeten behandelen zoals zij willen dat andere hen behandelen.

Dwaye vertelt over een ervaring die hij had tijdens zijn stage als peer specialist in een klinische setting voor psychiatrie. Na het weekend waren de 'patiënten' in de kliniek onrustig en boos en was de sfeer onprettig. Dit bleek al lange tijd te spelen, waarop de psychiaters en verpleegkundige met elkaar gingen praten om de oorzaak te achterhalen en oplossingen te bedenken. Als mogelijke oorzaak zagen zij de ongestructureerdheid van het weekend, waar de bewoners het zonder gesprekken met de professionals moesten doen, of dat zij alleen werden gelaten, et cetera. Allemaal vanuit het perspectief van professionals, vanuit systeemkaders. Dwayne vertelt dat hij zowat achterover van zijn stoel viel toen hij dit hoorde en meemaakte. Hij vroeg of de professionals wel eens in de badkamers, toiletten en keukens hadden gekeken. Eén professional werkte er al vijftien jaar en had nog nooit de wc van de 'patiënten' gezien. Het bleek dat niemand in het weekend de wc rollen aanvulde, er was allen koud water om te douchen, en nauwelijks te eten. Blijkbaar hadden de professionals het leefwereld perspectief verloren, ze stonden op grote afstand van die belevingswereld. Het zijn die dagelijkse dingen die van grote invloed zijn op welzijn. Het is zorgwekkend (en tegelijkertijd bewijst het de meerwaarde) dat alleen een peer dat kan ontdekken.

Filmpje van Howie the Harp

You have to get involved, Housing First & Pathways housing

Na ons bezoek aan het Housing First Resource Center bezoeken wij het hoofdkantoor van Pathways to Housing, de organisatie achter Housing First. Daar spreken wij met Juliana Walker, hoofd van de afdeling training van Pathways to Housing en met Sam Tsemberis, founder en CEO van Pathways to Housing en ontwikkelaar van de Housing First benadering. Housing First is ontwikkeld in de jaren negentig als alternatief voor het stepped-care model. Mensen met 'double trouble' (dakloosheid, psychiatrie en verslaving) krijgen een huis, met intensieve begeleiding, als alternatief voor het eerst 'genezen' in een residentiele omgeving en daarna pas doorstromen naar een huis. Pathways to Housing heeft een handig presskit samengesteld met achtergrondinformatie en onderzoeksresultaten. PBS heeft ook een documentaire gemaakt over Housing First.

Housing First is begonnen met een grant, om een x aantal mensen aan een huis te helpen. Hoe dit gebeurde en voor wie dit precies was, was niet gespecificeerd. Medewerkers van Housing First liepen op straat, zochten mensen op, en boden hun een huis aan. Ondertussen wordt Housing First uit reguliere middelen betaald en worden alle bewoners via een centraal aanmeldpunt van de gemeente geselecteerd. Dit wordt als een beperking ervaren en Pathways heeft zich ook verzet tegen deze ontwikkeling, maar toen werd ze een keus geboden: 'lose the fight over the rules, or lose the program'. Toen hebben ze eieren voor hun geld gekozen. Wat zij concluderen is dat ' a grant gives freedom, regular financing gives stability'. Wel blijven ze moeite hebben met de fundamentele weeffout van de geestelijke gezondheidszorg dat functioneren en ziekte door elkaar haalt. Iemand die veel last heeft van wanen, kan prima functioneren, terwijl iemand die klinisch nergens last van heeft, toch een hoop problemen kan hebben. Hierdoor worden mensen klein gehouden en krijgen ze niet de ondersteuning die ze nodig hebben.
De basis filosofie van Housing First blijft dat het zeer belangrijk is om mensen die zelfstandig gaan wonen te bezoeken. 'You can't put someone in a house and not visit'. Dit zou leiden tot afroming, waarbij alleen goed functionerende consumers succesvol uitstromen. 'Therefore, you have to get involved in the live of people, and stay involved'. Housing First vertrekt altijd vanuit de wensen en behoeften van hun consumers. In bijna alle gevallen is de eerste behoefte een huis, vandaar 'housing first'. Maar zijn ook duidelijk dat een huis een middel is in het herstelproces, en niet een resultaat.

Van oorsprong had Housing First veel (voormalige) peers in de organisatie. Doordat de financierings-eisen steeds strenger werden, werden ook de formele eisen aan medewerkers strenger (qua formele kwalificaties). Veel van de peers zijn daardoor uit de organisatie en het bestuur verdwenen. Dit is nu weer enigzins aan het terugkomen, via o.a. het werk van het Resource Center. Daarbij constateren zij wel dat het makkelijker is om een peer-driven cultuur van de grond af op te bouwen, dan binnen een klassieke organisatie een cultuur te veranderen. Dit komt onder andere doordat er met een vergrootglas naar het functioneren van peers wordt gekeken, terwijl als je met een zelfde vergrootglas naar het functioneren van professionals zou kijken, je waarschijnlijk veel dezelfde dingen zou tegenkomen.

Voor de toekomst willen ze weer meer gaan doen met peer support. Dit gebeurt al via de inzet van gedetacheerde peer experts in de ACT teams, maar ze hebben ook net een grant gekregen om een Soteria huis op te zetten, een peer-run huis voor mensen in psychiatrische nood, opname en langdurig verblijf in de klassieke mental health te voorkomen.
Wij verlieten Housing First met in ons hoofd de laatste stelling van Sam: 'You can't do this work, if not from a foundation of love, for the work you are doing and the people you are doing it for. Everything else follows from that.'

  

donderdag 10 januari 2013

Housing First Resource Center in Harlem

De Resource Center van Housing First in West Harlem is een plek waar bewoners van Housing First zelf het curriculum aan programma’s en activiteiten ontwerpen die tegemoet komen aan hun zelf geïdentificeerde behoeften. De Resource Center biedt bijeenkomsten aan voor groepen gezondheid, werk, scholing, kunst, fotografie, computerlessen, et cetera. De Resource Center wordt gerund door peers, met ondersteuning van de sociaal werker. Zij zorgt voor supervisie, schrijft fondsen aan, en houdt cijfers bij. Voor het bewaken van de continuïteit door de veranderlijke aard van de groepen, worden handleidingen geschreven.  

De Resource Center biedt tevens plek voor peer workers die een opleiding hebben gevolgd bij de Howie the Harp Education Program. Neil Harbus neemt peer workers aan als collega’s. Volgens hem kan niet iedereen een peer worker worden. Peer worker hebben bepaalde kwaliteiten nodig en kijkt tijdens de sollicitaties naar hun talenten en expertise. Ook worden zij aangesproken als ieder andere werknemer; dat betekent op tijd komen en bij ziekte het team laten weten, zonder dat daarbij iemands kwetsbaarheid als excuus wordt gebruikt bij het nalatig zijn daarin.

De Resource Center detacheert peer workers bij ACT teams van Housing First. Het is hun taak om herstel en welzijn te brengen in het team. Volgens Neil is het ACT team meer gericht op crisis. Daarom heeft de peer worker een consulterende rol binnen dat team om een ander perspectief te brengen. Hij geeft aandacht aan herstel en neemt meer tijd voor de persoon.

Peer workers krijgen supersvisie en coaching in hun werk. Tijdens bijeenkomsten delen de peer workers informatie en successen, bespreken problemen met het ACT team, krijgen training in o.a. zelfevaluatie en open dialoog. Soms gaat de coach mee tijdens zijn werk om feedback te geven op het handelen. Regelmatig zijn er spanningen tussen de peer worker en ACT team. De coach moedigt de peer worker aan om niet op te geven en te blijven laten zien wat hij waard is en wat hij kan toevoegen aan het team. Want ook voor ‘traditionele teams’ is een herstelproces nodig.

Net als hun collega's, schrijven peer workers rapportages. Net als in Nederland bestond daar de discussie of dat wel moest gebeuren en zo ja, op welke manier. Omdat sommige peer worker zelf nog in behandeling zijn, is het rapportagesysteem aangepast, zodat zij niet toegang hebben tot alle dossiers.

Neil Harbus benadrukt dat de gezondheidszorg niet altijd zelf allerlei dure programma’s hoeft te bedenken en uit te voeren. Sommige van die activiteiten kan men ook in de wijk vinden. Met lokale ondernemers, bedrijven, publieke diensten, kunnen aparte afspraken worden gemaakt voor het aanbieden van diensten. Zo kan bijvoorbeeld korting worden geregeld bij zwembaden, een gratis dag bij de kapper, gratis bioscoopkaartjes op een rustige dag, et cetera. Hij geeft een voorbeeld over een vrouw die commercieel les geeft in yoga, en eens per week gratis een uur les geeft in het buurtcentrum.

Met de vraag wat men kon bieden aan mensen die de transitie maken naar een zelfstandige woning vanuit peer perspectief, noemt Neil Harbus de Graduation Model. “The graduation program combines support for immediate needs with longer term investments in training, financial services, and business development so that within two years ultra poor people are equipped to help themselves “graduate” out of extreme poverty.”

Trying to figure it out together, HSRI over 2nd Story

Dinsdagochtend zijn we op bezoek bij het Human Services Research Institute (HSRI). We zijn met hen in contact gekomen via het 2nd Story Respite House (zie ook deze prachtige video), waar wij over twee weken op bezoek gaan. Het HSRI doet daar een evaluatieonderzoek. Wij spreken met Bevin Croft, Dow Wieman & David Hughes, respectievelijk onderzoekers & vice-president bij HSRI. 
Het HSRI is een value-based not-for-profit organization, gericht op het uitvoeren van ontwikkel-evaluatie onderzoek op wetenschappelijke basis. Ze doen onderzoek naar praktijken voor mensen met een verstandelijke beperking, verslavingsproblematiek of psychische aandoeningen. Bevin Croft is de hoofdonderzoeker binnen dit project. Zij is bezig met een PhD, waarin zij zich richt op de ontwikkeling van self-directed care en self-determination. 2nd Story past daar goed bij. Zij nemen de filosofie ook mee in de uitvoering van het onderzoek. Zij hebben een aantal enquêteurs aangenomen die zelf een peer-achtergrond hebben en nu voor HSRI de data ter plekke verzamelen. Het was een uitdaging om deze te vinden, maar in de data die ze terug krijgen is de toegevoegde waarde duidelijk te zien.
Wat zij zien in de geestelijke gezondheidszorg, maar nog meer in de verslavingszorg, is dat mensen zich volledig moeten onderwerpen aan het zorgaanbod, of anders geen zorg krijgen. De reguliere zorg wordt betaald op basis van rigide bureaucratische systemen, die volledige controle willen over het werk van de zorgaanbieders. Dit betekent dat peer-run organisaties in de knel kunnen komen als zij dingen anders willen aanpakken. De enige uitweg is particuliere financiering of financiering op basis van een 'grant', een afgebakende subsidie voor een bepaalde tijd, waaraan veel minder verantwoordingseisen zijn verbonden. 
2nd Story heeft zo'n grant, maar het is nog onduidelijk wat er gebeurt als die afloopt.  De discussie is ook of ze helemaal zelfstandig moeten gaan, of toch verbonden blijven aan een grotere organisatie, zodat ze meer fundament hebben, maar hun bezoekers wel opgenomen worden in het algemene registratie systeem. Andersom is de vraag hoe een peer-run voorziening het systeem beïnvloedt. Het HSRI heeft professionals en aanbieders in de omgeving van 2nd Story gevraagd wat zij vinden van het project. Zij zijn erg enthousiast en zien ook dat sommige mensen die langdurig in het zorgsysteem verblijven zonder vooruitgang, grote baat hebben bij 2nd Story. Probleem is dat het moeilijk is te berekenen hoeveel het kost als iemand jarenlang chronisch gebruik maakt van gezondheidszorg, of op straat zwerft. Daarmee wordt het ook moeilijker om de business case te maken voor deze vorm van ondersteuning, zeker omdat het vaak gaat over lange termijn kosten en baten. 
Binnen het 2nd Story project wordt gewerkt met 'Intentional Peer Support', een poging om gestructureerd vorm te geven aan de ondersteuning die de peers bieden aan gasten. HSRI is bezig deze om te werken tot een competentielijst, die wij hebben mogen inzien maar die nog niet gepubliceerd kan worden. Wel is duidelijk dat dit zeker aanknopingspunten gaat bieden voor de ontwikkeling in Nederland. Shery Mead, mede-ontwikkelaar van het 2nd Story project, heeft al wel wat geschreven over deze benadering, hier. Uiteindelijk wil HSRI een 'manual' schrijven, met lessons learned en tips en trucs. Wij kijken uit naar het verschijnen hiervan.
Andersom is het 2nd Story project aan het zoeken naar de interne organisatiestructuur. Deze begint zich hiërarchisch te ontwikkelen, haaks op de oorspronkelijke doelstelling. Dit komt mede doordat gasten en peers moeite hebben met de transitie van disempowerde, gehospitaliseerde patiënt naar empowerde, coproducerende peer. Het HSRI was dan ook gecharmeerd van het werk wat Michiel doet, als onafhankelijke bewaker van het zelfbeheer, die zorg draagt voor het vasthouden van de doelstellingen en waarden.Ze gaan dit meenemen in hun werk.
Wij kijken uit naar ons bezoek aan 2nd Story, zijn ook benieuwd naar de overeenkomsten en verschillen tussen de indrukken van het HSRI en die van betrokkenen aldaar. Belangrijker is de conclusie dat we op zoek moeten naar een manier om deze uitwisseling structureler te maken. We hebben internationaal zoveel van elkaar te leren, dat het zonde is om daar niet gebruik van. 

dinsdag 8 januari 2013

‘Nothing about us, without us’, Marianne Farkas, Center for Psychiatric Rehabilitation


Na onze eerste gesprek bij Center for Social Innovation, ontmoeten wij Marianne Farkas van Center for Psychiatric Rehabilitation. We worden met de auto gebracht door Katy, een bijna afgestudeerde ‘Certified Peer Supporter’. Omdat wij iets later zijn, wacht Marianne al op ons bij de receptie van de Boston University. Met een lach geeft ze ons een hand. Ook hier voelen wij ons gelijk welkom. Ze brengt ons naar haar kantoor. Het valt meteen op dat ze een bereisd persoon is. Overal hangen en staan schilderijen en beeldjes uit verschillende landen. En in haar boekenkast staan vele boeken van haar die vertaald zijn. Zelfs in het Japans.

We nemen plaats aan de tafel en stellen ons voor. Via Harrie van Haaster zijn we met haar in contact gekomen. Al gauw blijkt dat zij al heel wat Nederlandse personen kent en eens per jaar naar de Hanze Hogeschool van Groningen afreist om college te geven. Ze is daar verbonden aan het lectoraat van Lies Korevaar. Ze weet dan ook wat te vertellen over Nederland en de ontwikkelingen van herstel die Nederland heeft meegemaakt. Vooral deze tegenstelling zet zij scherp neer: Enerzijds wil de politiek herstel en vermaatschappelijking bevorderen maar anderzijds lijkt diezelfde politiek minder tolerant te worden naar ‘anderen’. Daarmee gezegd: in hoeverre is er sprake van sociale inclusie door politiek en burgers? Ze spreekt over een ‘political revolution’ die nodig is voor herstel. Ze legt de nadruk op politieke invloed en het veranderen van ‘professional standards’. “Changing the professional world is a recovery journey”. SAMSHA verstrekt bijvoorbeeld ‘transformation grants’ om een analyse uit voeren over hoe de top (staat) tot bottom (lokaal) herstelgeoriënteerd kan worden.

SAMSHA heeft ook subsidie toegewezen aan National Association of Peer Specialists om een analyse te maken van de ‘peer specialist profession’ en de gebieden te identificeren waar peer specialists zouden kunnen profiteren van een aanvullende training. Zij legt de nadruk op het verschil tussen peer support als een filosofie en een specifieke rol. Peer support als rol gaat nadrukkelijk om het delen van iemands verhaal om andere te helpen. Peer providers kunnen andere helpen die ervaringskennis hebben en tegelijkertijd een psycholoog of sociaal werker zijn. Zodoende wijst Marianne ons op Larry Fricks, oprichter van de Georgia Certified Peer Specialist Program. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld het professionaliseren en erkennen van peers als betaalde krachten. Certified Peer Specialists (CPS) zijn verantwoordelijk voor het implementeren van peer-support diensten. Zij krijgen een training, worden getoetst en krijgen een certificaat. CPS hebben een officiële taakomschrijving en een ‘Code of Ethics’.

Boston University biedt een ‘Recovery Education Program’ aan. Marianne legt uit dat dit nadrukkelijk geen behandeling is, maar een cursus. De personen worden benaderd als studenten, en niet als patiënten. ‘The Recovery Education Program is an adult education program that offers students the opportunity to choose a range of wellness courses that support their treatment, rehabilitation, and recovery efforts. The program is designed to strengthen and broaden the student’ knowledge of the physical, intellectual, emotional, and spiritual practices that will enhance their readiness for personal change and role recovery.’

Tot slot formuleert Marianna wat voor haar herstel betekent: “Recovery is reclaiming a meaningful life. How can a person live in a decent house, have a meaningful activity, a community where he or she belong and have a sense of purpose in life.”

Center 4 Social Innovation

Ons eerste bezoek van deze reis was aan het Center 4 Social Innovation (C4SI) en het daaraan verwante T3 Institute (Think, Teach, Transform). Het C4SI richt zich op het vinden & verspreiden van goede praktijken, op contractbasis voor de overheid of als commerciële activiteiten, bijvoorbeeld via cursussen. Recentelijk hebben ze onder andere de volgende projecten opgezet, of zijn daarbij betrokken:
  • het Homelessness Resource Centre, een nationale verzameling van inspirerende praktijken, tips, adviezen, etc. Aanvullend hebben ze ook subsidie gekregen om praktijken te beschrijven en onderzoeken te verzamelen. 
  • Projects for Assistance in Transition from Homelessness (PATH), een landelijk project, gericht op het verminderen van dakloosheid van mensen met geestelijke gezondheidsproblemen (waarvoor overigens geen diagnose nodig is, een inschatting van straatwerker of social outreach worker is genoeg). Binnen dit project heeft het C4SI 'technical assistance' geboden, wat neerkomt op het bieden van trainingen, organiseren van bijeenkomsten, adviseren van lokale overheden en organisaties etc. 
  • Critical Time Intervention, een methode ontwikkeld om daklozen die van een onstabiele situatie (straat, ziekenhuis, etc.) verhuizen naar een stabiele situatie (een eigen woning). CTI bestaat uit intensief casemanagement, op verschillende levensgebieden en wil ervoor zorgen dat een duurzame start wordt gemaakt in de net verkregen woning. Het past erg goed bij Housing First, waar we later deze week naar toe gaan. Samen met Columbia University, die het ontwikkeld en onderzocht heeft, waar we ook later deze week naar toegaan, heeft het C4Si een face-to-face en een online cursus ontwikkeld. Deze zijn beide gevolgd met onderzoek. Het rapport hierover wordt nu afgerond, maar wij hebben gister een sneakpreview gehad en het blijkt dat de face-to-face cursisten meer vertrouwen hadden en het beter uitvoerden, maar de online cursisten meer hadden onthouden van de cursusstof. Het lijkt er dus op dat een combinatie het meest wenselijk is. 
Dit is slechts een selectie van de besproken projecten, maar het geeft een beeld van de organisatie, waar ze mee bezig zijn en hoe ze werken.
Het C4SI willen medewerkers in de dak-en thuislozenhulpverlening equiperen met kennis, vaardigheden en tools om betere ondersteuning te bieden. Zij zijn hier in Amerika vaak niet hoog opgeleid, er wordt zelfs gesproken van para-professionals. Dit beperkt de ruimte om goede ondersteuning te bieden. Dit, samen met de tendens om als organisatie in deze sector als eerste te bezuinigen op deskundigheidsbevordering en ontwikkeling, zorgt ervoor dat goede praktijken als bijvoorbeeld Housing First en CTI twee decennia nodig hebben om zich breed te verspreiden. Het C4SI heeft als missie om dit proces te versnellen, door te zoeken naar slimme manieren van kennis en ervaringen delen, als incubator. Daarbij speelt het werken met bewezen effectieve praktijken een belangrijke rol, want: 'without data no dollars'. Als het niet effectief is, krijg je er ook geen geld voor.

In een bezoek van iets meer dan vier uur hebben we face to face en via een conference call met 10 medewerkers gesproken, met zeer verschillende achtergronden, van ervaringsdeskundige tot voormalig social worker en webdesigner. Het C4SI richt zich specifiek op het verzamelen van een diverse groep mensen, zodat zij zo goed mogelijk kunnen inspelen op de uitdagingen waar ze voor staan. Samen proberen zij hun steentje bij te dragen aan een hogere kwaliteit van ondersteuning in de maatschappelijke opvang. De onderliggende gedachte daarbij is dat: 'we're now teaching consumers to be good patients, instead of encouraging them to be good citizens.'

 Het T3 heeft ook een introductiefilm gemaakt: